winkelperikelen (5)

Schrijven is schaken. Met jezelf. En de fase waar ik nu in zit is niet het partijtje schaak op zaterdagavond met een glaasje van het een of ander en een portie bruin fruit en Kind of Blue of de platenspeler, maar die van het gooien met meubilair als iets niet lukt. Van het nagelriemen open pulken en jezelf erop betrappen dat je zit te hummen, die fase. De fase van beslissingen nemen die zo radicaal zijn dat het voelt alsof je opnieuw begint. Met andere woorden, ik zit nogal in mijn hoofd.

Des te heerlijker is mijn werk. Ik hoef niet na te denken over wat ik aantrek, ik hoef niet na te denken over wat ik moet doen, ik weet waar alles staat, ik weet hoe de spulletjes werken, ik mag een stukje met de trein, ik ben onder de mensen en mijn lieve, lieve collega’s leven hartstochtelijk met me mee, ook al snappen ze er de ballen van.
‘Hoe gaat het met je verhaal?’
‘Ik heb de belangrijkste scène eruit gegooid en nu weet ik niet meer wat ik met mijn leven moet.’
‘Oh…’ <ongemakkelijke stilte> ‘wil je etherische olietjes spiegelen?’ Wat ik, en dat weten ze, het leukste klusje vind, want het zijn minuscule flesjes van glas en als er eentje valt en openklapt, heeft iedereen in een straal van 10 meter spontaan migraine vanwege de geur, met andere woorden, het is een precisiewerkje en ik HOU van precisiewerkjes. Met ieder flesje dat ik rechtzet valt mijn verhaal meer op zijn plek, vind ik vrede met de beslissingen die ik eerder nam. Zo zie je maar, schrijven doe je niet alleen met een pen of een typemachine. Schrijven doe je ook als je iets totaal anders doet. En een gezegend mens wordt daarin ondersteund door haar omgeving. Ook al moeten ze soms drie keer ‘Gwen’ roepen voor ik ze hoor.

‘Moet je die etalage zien,’ zei de vrouw. Ze stonden naast elkaar achter de stoffenkraam die iedere dinsdag voor de winkel staat. Zij, de verkoopster, hij de ondernemer.
‘Dat ziet er niet uit,’ zei hij. Ik kwam net aanlopen voor een middagdienstje, week na het horen van zulk onaardig gewauwel met een sierlijke bocht uit en ging bij ze staan. Keek mee. Naar onze etalage.
‘Moet je die randjes zien, daar ligt gewoon een dikke laag stof,’ zei zij.
‘Inderdaad zeg,’ zei ik ‘heeft u wellicht zin om te zemen terwijl wij klanten helpen?’ De man schamperde, zij keek ongemakkelijk. Het kwartje dat ik achter die vieze ramen werkte was gevallen.
‘Als ondernemer let je daarop,’ zei hij.
‘Ah, u bent ondernemer. Dan weet u ook dat sommige winkels geen franchise zijn, maar harde werkers in loondienst die niet altijd tijd hebben om ook hun etalage op orde te krijgen. Helemaal niet als er zieken zijn, de helft van het team van een welverdiende vakantie aan het genieten is en de etalage zo ingericht is (door een kantoorklerk) dat je er niet bij kan met je stofzuigertje en zwabber. Bovendien: hartje stad. Duiven, vrachtwagens, dronkelappen, zand, verbouwingen. Dus, buren onder elkaar, we zijn toch op de wereld om elkaar een beetje te helpen of niet? In plaats van hoorbaar kritiek hebben op iets zonder te weten wat er achter de schermen speelt. Prettige dag nog.’

K o k e n d kwam ik de winkel in. Mijn posse had me al zien praten en aan de lichaamshouding van de vrouw gezien dat het misschien niet een heel gezellig gesprek was. Toen ik vertelde wat er gebeurde schoten ze collectief in de lach, want wat stond er op de planning? Inderdaad, Gwen ramen lappen. Nou dat ging Gwen dus mooi niet doen. Gwen wil met alle liefde in haar hart ramen lappen, but not this day. Ik gunde de heer en dame juryleden niet het genoegen dat ik ook maar iets deed met hun geweldig opbouwende feedback. En de posse kreeg ook een lapverbod van 20 uur. Wars bleef ik de rest van de dag binnen, mijn pauze nam ik in onze kantine in plaats van even lekker buiten. Aan het eind van mijn dienst schreef ik in het logboek dat ik morgen, vandaag dus, de ramen zou lappen.

‘Heee goeiem…’ Chef begroette me lief, zoals altijd. Ik stormde voorbij.
’Ik ga ramen lappen.’
’Eh… kee…’
‘En de etalage doen.’
‘Wat jij w…’
’En ik zal <onhebbelijkheden> die randjes schoon krijgen.’
‘Moet ik daarna wat olietjes omgooien voor je?’

Die randjes, dat moet ik nu natuurlijk wel even vertellen, maakte ik schoon door een nat vaatdoekje achter het etalageblok te laten vallen en met een dunne stok dat natte vaatdoekje heen en weer te bewegen. Die stok, even voor het beeld, paste nèt achter het etalageblok en ik kon hem alleen met gestrekte armen bewegen. Ik zag niet wat ik deed, ik wist niet of het lukte, of het überhaupt zin had, dus steeds na een paar keer heen en weer trekken, liep ik de winkel uit om te kijken of mijn randje schoon was of niet. Het vaatdoekje kwam er meerdere keren zwart en harig achter vandaan. Maar uiteindelijk kreeg ik ze schoon. Allebei.

En toen kwam er een heel lief Chinees jongetje met een milkshake.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *