het meeste valt ernaast/winkelperikelen

‘Nou, als dit geen geweldige dag wordt, dan weet ik het niet meer,’ zei M. nadat Vlad de winkel had verlaten. Vlad heet overigens helemaal geen Vlad, maar ik noem hem zo omdat hij zich voorstelde met de naam van een andere Rus van omvang en ik kan klanten natuurlijk niet bij naam en toenaam noemen. Nou denk je bij Vlad waarschijnlijk aan iets blanks, maar Vlad was een prachtige Afrikaanse meneer met een vriendelijk gezicht, een open karakter en beperkt internet op zijn telefoon, dus kwam hij bij ons een mailtje sturen, want gratis WiFi.
Even de setting neerzetten: De winkel was amper een kwartiertje open, ik was net gearriveerd, had mijn jas nog aan en stond te kletsen met M. toen Vlad zich in ons gesprek mengde. Hij vroeg hoe het met ons ging.
‘Geweldig,’ zei ik. ‘Ik mag vandaag met deze werken,’ ik knikte naar M ‘en straks komt er nog een collega die minstens net zo lief is. Ik kan mijn geluk niet op.’
‘Goeie mensen op werk is a l l e s,’ zei Vlad. Wat M en ik natuurlijk beaamden en vervolgens vroegen wij hoe het met hem ging. Hij bibberde. Koud? Nee hoor, Vlad had het niet koud, pochte hij moedig, sterker nog, volgens hem was het al bijna zomer. Het is altijd ergens over de 20 graden en we zijn bijna op de helft van het koude seizoen, dus waar hebben we het over. Ril ril. Zo hield hij zich overeind nu de eerste rijp op de velden lag. Hij huiverde lachend.
‘En dan ook nog al die regen hier,’ jammerde M (die van fietsen door regen houdt) dramatisch.
‘Ah!’ Zei ik. ‘Jij bent ook een rasoptimist, dan kan je deze goed gebruiken. Weet je wat zo leuk is aan regen?’
‘Nou?’
‘Het meeste valt ernaast.’
Het maakte niet meer uit. Al zou het echt met bakken uit de hemel komen en vriezen tegelijk, Vlad had medestanders gevonden in zijn optimisme. Toen niet lang daarna collega R nietsvermoedend binnenkwam met drie bakken goeie koffie was het feest compleet. Vlad gierde van de pret: drie nogal uiteenlopende vrouwen die ontzettend veel plezier met elkaar hadden op de werkvloer en wij gierden net zo hard met hem mee. Daarna moest Vlad weer verder, we zwaaiden hem uit.
‘Als dit geen geweldige dag wordt…’. Zei M toen Vlad uit beeld verdween. Little did we know.

Een bloemlezing is een selectie. Je krijgt dus niet álles van vandaag te lezen, want voornamelijk waren het kleine dingetjes die op de grote berg belandden, maar er waren er toch wel een paar die met kop en schouders boven de rest uitstaken.
Zo was er de man die geen goedendag zei, maar zijn telefoon met daarop een plaatje van een of ander potje met een of ander spul, bijna tegen mijn neus aan duwde. Zo dichtbij dat ik het amper zag.
‘This.’
‘Cool,’ zei ik.
‘This.’
‘Yes.’
‘THIS.’
‘What is your question exactly?’
‘Where?’
‘Oooooooh.’

Zo was er de vrouw die exact wilde weten hoeveel retinol er in onze crêmes zit. Van alle crêmes. Alle merken, alle soorten. Niet óf er retinol in zat, maar hoeveel retinol.
‘Goeie vraag,’ zei ik. ‘Als u links bovenin begint met het lezen van de wikkels van de potjes, dan begin ik rechts onder. Treffen we elkaar halverwege.’ Toen was het opeens niet zo heel belangrijk meer.

Er was het telefoontje van de Helpdesk. Dat er een klant naar de winkel zou komen die een allergische reactie had gehad op een van onze producten.
‘Holy shit…’ zei ik, waarop M en R opkeken van hun werk en naar me toekwamen.
‘Echt wel,’ zei de meneer van de Helpdesk. ‘Meneer heeft geen bon, maar we geven wel gewoon het geld terug.’
‘Tuurlijk,’ zei ik.
‘Die man heet Mark.’ Ik krabbelde Mark op een papiertje waarna de Helpdesk ophing en ik beduusd M en R vertelde wat er was gebeurd. Waarop M en R elkaar aankeken en ik bij het zien van hun gezichten besefte: euh… dit klopt niet helemaal. De Helpdesk meldt altijd namen en nummers van producten en casusnummers en weet ik het en oh, meestal mailen ze in dit soort ernstige gevallen. Ik knipperde met mijn ogen.
‘Bel anders de Helpdesk nog een keer,’ R en haar briljante ideeën. Ik belde meteen de Helpdesk terug en wat denk je? Er was geen enkele melding gemaakt van een ernstige allergische reactie. Er werkte wel een man bij hun op de afdeling, maar die sprak meer Frans en Waals dan Nederlands en: ze schakelden inderdaad wel eens klanten door en oooooh god. Meteen ging er een motortje draaien. Andere winkels moesten gewaarschuwd, de procedures nog een keer doorgesproken en het ergste: ik voelde me zo genaaid door die eikel. Omdat hij met het nummer van de Helpdesk belde en ik hem dus vertrouwde. M en R gunden me vervolgens dat als hij inderdaad naar de winkel zou komen, onze Mark, dat ik hem mocht helpen.

Vervolgens waren er, verdeeld over de dag, dertig potentiele Marken die alleen of in gezelschap de winkel binnenkwamen en meteen naar de strot gevlogen werden door mij. Oké dat gebeurde niet, maar ik was er toe in staat.

Er was een mevrouw die vers van de Douglas vandaan kwam en daar gedoucht had met alle testers die ze maar kon vinden en naar migraine stonk.

Er was de Arabische meneer die net bij de coffeeshop vandaan kwam, aardig was, zijn goddelijke tijd nam om te winkelen en iedereen in zijn omgeving knetterstoned ademde.

Er waren de twee Chinese dames die me het verschil vroegen tussen een flesje lavendelolie van 30 ml en een flesje lavendelolie van 30 ml. Waarop ik me niet in kon houden en ‘ahhhh… that’s a trick question!’ zei. En toen ze me vragend aankeken hielp ik ze met het zoeken van de 10 verschillen. Door de twee flesjes naast elkaar te zetten. En nee, ze zagen de verschillen nog steeds niet. Waarop ik wegliep.

En toen kwam ook nog mevrouw de Zwart, waarover ik een tijd geleden al schreef en die doet alsof ze voor rustgevende passiebloem komt, maar pas tevreden is als het bloed onder onze nagels afgewogen en afgerekend is. Moet gezegd, deze keer viel het mee, misschien omdat we alledrie tot ons tandvlees gewapend waren en eigenlijk op een ergere confrontatie (met Mark) wachtten, ze rekende gewoon af en onze vingertoppen waren nog heel.

En er was ook een man die M al het hemd van het lijf had gevraagd, vervolgens R het hemd van het lijf vroeg, vervolgens mij al zijn spullen liet pakken en liet voorlezen wat de houdbaarheid van alles was en vervolgens was ik nog zo stom ook om de spullen in zijn rugzak te stoppen omdat hij zelf te lam was om zijn rugzak af te doen. Ik had het te laat door. Hij was weg en M en R beklaagden zich ‘waarom doet zo iemand zo!?’
‘Omdat ‘ie een man van middelbare leeftijd is aaaaarghhhh,’ schreeuwde ik. ‘Fucking mannen van middelbare leeftijd.’ Was de winkel leeg? Nee. Er was een mevrouw van de leeftijd van R die meteen in de lach schoot, want die had zijn gedomineer ook al opgemerkt.
‘Kom, we gaan dicht,’ zei M. ‘Gaan we met z’n vieren ergens koffie drinken. Voor de gezelligheid.’ Deden we niet, maar het was heel even heel gezellig.

’Waar is Vlad,’ zuchtte R aan het eind van de dag.
‘Weet je wat ik denk?’ zei M. ‘Ik denk dat hij speciaal voor ons de winkel in kwam om ons een extra boost aan optimisme te geven, zodat we dit gedonder aankunnen.’ R en ik waren het roerig met haar eens.
‘Ze krijgen ons er niet onder,’ zei R. Maar toen om één minuut voor 6 twee Chinezen binnenkwamen die elk een tax-free aankoop wilde doen (wat in het beste geval meer dan drie minuten duurt, áls ze hun portemonnee niet helemaal onderin hun tas hebben) werden we erg op de proef gesteld.

De winkel sloot. De rust keerde weer. Ik had me zo verheugd op Mark. Ik had me er zo ontzettend op verheugd.
‘Zal ik nog even vegen?’ vroeg ik.
‘Jij mot even uitrusten,’ M keek me over haar bril aan. Ik knikte. Vanochtend heb ik M en R verteld dat ik ga stoppen met school. Niet met de hele school, maar met het vak proza. Halverwege het semester, amper een maand voor het eind. Juf gaf aan dat ik iets aan mijn verhaal moet doen (ik zal je het technische geneuzel besparen) en ik zie het niet. Ik zie al drie semesters niet wat ik niet goed doe en na drie semesters moet ik ermee dealen dat het er misschien niet in zit. Misschien nog niet, misschien nooit niet. Mijn verhalen zijn niet goed genoeg. Niet goed genoeg voor het vierde jaar en dus niet voor de literaire wereld. Mijn pech met eerdere docenten ten spijt, er is een kern van waarheid, ik voel het zelf ook. Ik ga niet over een nacht ijs, er zijn gesprekken geweest met de juf, met de decaan, met vriendinnen en eigenlijk gaf juist een klasgenoot de doorslag. We volgen samen een bijvak, schrijftraining, en reizen soms samen. Laatst, ik had de hele les zitten huilen omdat ik ‘het’ niet zag, liepen we samen naar het station en op de Dam nota bene, om kwart over tien ‘s avonds, stopte hij.
‘Gwen,’ gefrustreerd keek hij me aan ‘als we samen reizen vertel je zulke mooie verhalen, over die dooie van je en over je geliefden en over je werk en vervolgens laat je andere mensen, je personages, jouw mooie dingen beleven. Waarom beleef je die shit niet gewoon zelf? Waarom zet je anderen tussen jou en je verhaal?’

Een klap in mijn gezicht. Een verhelderende klap. Ineens begreep ik de boodschap van de juf van jeugdliteratuur een jaar geleden. Die had zich naar me toegedraaid en gezegd:
‘Jij moet dicht bij jezelf blijven.’
Vervolgens verzon ik een personage dat haar moeder uitstrooit. Vervolgens verzon ik een personage die de tsarina van Rusland mocht spelen in een amateurtoneelvoorstelling en iets teveel opging in haar rol. Vervolgens verzon ik een personage dat sex heeft met de man waar haar overleden echtgenoot g i e r e n d giftig jaloers op was. Personages. Personages personages personages. Dat verklaarde waarom ik aan ieder personage een absolute schijthekel kreeg. Dat verklaarde waarom ik niks van mijn verhalen wilde delen op deze website, omdat ik er eigenlijk niet blij mee was.
‘Je moet gewoon essay gaan doen jij, dan kan je vanuit jezelf schrijven. Eindelijk.’

De dagen daarna heb ik gejankt alsof mijn verkering uit is. Was zo van plan het vierde jaar te halen, ik wilde zo graag over, een keer een opleiding afronden. Ik heb er zo kneiterhard aan gewerkt. Maar als je niet in de goeie trein zit, dan kom je uiteindelijk op een verkeerde plek uit. De trein rolt nog, we zijn net over de helft, dus ik moet even zien waar ik de motivatie vandaan haal om van dit uitzicht te genieten, maar zodra ik uit mag stappen, stap ik uit.

‘Hoe gaat het met jullie?’ vroeg Vlad.
‘Goed,’ zei ik. ‘Ik ben schrijfster en jij geeft me inspiratie om een verhaaltje te schrijven over vriendelijkheid. EN ik kan mijn geluk niet op met mijn collega’s.’
‘Het meeste valt ernaast,’ zei hij.
Dat doet het zeker Vlad, dat doet het zeker.

PS.
Oh en er was ook een dove kerstman met een te hoge bloeddruk. Incognito hoor, hij zag er sjofel uit, maar hij had wel een prachtige, krullende baard en rode appelwangen en vriendelijke ogen. Ik mocht tegen hem schreeuwen en wat hij niet verstond of niet kon liplezen schreven we op.