Morning…

In juni kocht ik the Artist’s Way van Julia Cameron. Van harte aanbevolen, al is het maar om de eerste paar hoofdstukken. In die hoofdstukken geeft ze sleutels prijs om in beweging te komen en eentje daarvan is het concept van de morning pages. Dit wil zeggen: opschrijfboek of schrijfblok naast je bed en zodra je wakker word: hup, aan de slag. Schrijven. Over van alles, over niks, het maakt niet uit. Als een soort dagboek, maar dan aan het begin van de dag en met je nog half dromende hoofd. Logica is niet nodig voor de morning pages, sterker nog, daar moet je juist van af, als je maar schrijft. Drie hele bladzijdes vol. Als je een klein boekje pakt is het zo gepiept, maar als je een groter formaat of een notitieblok van de Hema hebt op A4-formaat, kan het soms een opgave zijn om de boel vol te krijgen. Hoe vaak ik niet ‘mijn god wat moet ik nu schrijven mijn god wat moet ik nu schrijven mijn god wat moet ik nu schrijven’ geschreven heb… maar daarna kwam er altijd wel iets voorbij in mijn hoofd of daarbuiten.

Ik ging me hechten aan de morning pages. Toen in juli de Grote Uitdaging kwam heb ik ze niet kunnen doen, de klemzittende zenuw in mijn bekken gooide roet in het eten, maar zodra ik weer een beetje kon zitten, deed ik ze. Zette dan ook vaak voor ik naar bed ging een thermos thee, zodat ik de volgende ochtend in mijn nest een kop kon pakken tijdens het schrijven van de morning pages. Het was het trainen van de schrijfspier zodat ik later in de herfst met het grootste gemak 10.000 woorden kon halen en, je leest het hieronder, dat is ergens vorige week gebeurd. Het was heel comfortabel allemaal, lekker wozzelig in bed, dikke trui aan, raampje op een kier, schrijven, daarna nog even een dutje of nog wat lummelen. Iets lezen. Maar ik kreeg ook een appje van een vriendin die mijn verhaaltjes miste.

Begin oktober deed ik de Essence-training. Georganiseerd door Humanication in Amsterdam, die trainingen aanbieden op allerlei gebieden en dus ook op persoonlijk vlak. Tijdens de Essence vormde zich een hechte groep die elkaar ondersteunt in het reflecteren op en het aanpakken van het leven en om heel eerlijk te zijn, ik begon iets te missen, maar kon er mijn vinger niet op leggen. Tijdens de Grote Uitdaging liep ik me helemaal de tandjes. Omdat lopen nou eenmaal het ding was waardoor ik minder ongemak ervoer, ergo: honderden rondjes door de stad terwijl het prachtig weer was. Maar school begon, ik ging weer werken, er reden geen treinen tussen huis en werk, dus ik moest eerder weg in de hoop in een touringcar te passen en die wandelingen begonnen te verdwijnen. ‘Ja,’ zei ik moedig tegen mezelf ‘op mijn werk loop ik ook al heel veel.’ Bullshit.

Afgelopen week kwam dat appje van die vriendin, in dezelfde tijd haalde ik de 10.000 en vanochtend ben ik eerst een stuk gaan lopen. Geen ontbijtje eerst, niet eerst aankleden en de haren netjes, geen morning pages, maar meteen hup, met slaperig hoofd de deur uit. Frisse lucht in die bakkes. En tijdens het lopen realiseerde ik me dat de morning pages ten koste gaan van mijn verhaaltjes hier. Dat was even slikken, want waar heb ik meer aan? Aan in bed zitten schrijven of verhaaltjes plaatsen hier? Waar verbinding ontstaat.

Mijn telefoon zoemde. Eentje van de Essence-posse, om iets voor zeven nondeju, de vroege vogel. Hij wenste de groep een fijne start van de nieuwe week. Ik las zijn bericht. Dat is het met een groep, of het nou collega’s zijn of een gezin, iemand die ‘goeiemorgen, we gaan er iets moois van maken,’ zegt is goud waard op maandagochtend. En in plaats van in bed, liep ik met een fris hoofd door het park vlakbij mijn huis. Lezend liep ik het pad af, de hoek om en BAM. Daar kwam de zon over het appartementencomplex in het oosten, reflecterend in het water van de IJzeren Vrouw. Ik heb wel VIJF honden gezien en het was droog en pas toen ik mijn wijk binnenkwam lopen, begon het zachtjes te regenen en toen ik op het plein aankwam, werd ik op deze getrakteerd. Je snapt dat sommige foto’s in kleur moeten. Soms moet je patronen doorbreken. Zorg dan wel dat je goeie mensen om je heen hebt.

winkelperikel (9)

En toen hield hij zijn hand ook nog eens zo, zodat ik niet anders kon dan highfiven. Daarna was ik klaar.

De afgelopen anderhalve maand stond vooral in het teken van school. Want voor de derde keer het tweede semester moeten doen, betekent dat als het verhaal waar ik nu aan werk in december niet goed genoeg is, de bijl valt. En daar heb ik aan de ene kant geen zin in, want toch een beetje jammer, aan de andere kant ben ik inmiddels zo murw dat ik niet meer weet hoe ik zelf schrijf en maar gewoon alles eruit kots dat ik in me heb. Wat blijkbaar werkt, want voor de herfstvakantie zei juf dat ze zich sterk ging maken voor ‘expansie van het eindwerk.’ Dit betekent: in principe is 10.000 de max, maar in bijzondere gevallen mag een student daar overheen en juf vindt dat ik daar overheen moest. Of ik het daarmee eens ben is een tweede, want ik heb na drie semesters zo’n hyperfocus op die 10.000, dat ik eerst een paar dagen als een konijn in koplampen voor me uit heb zitten staren. Hoezo zit er een groter verhaal in mijn verhaal? Hoezo is dit iets groters?

Inmiddels is het kwartje gevallen en vorige week, ik had er een dagje voor uitgetrokken, heb ik een thermos thee, een karaf met water en vooral veel snacks en chips in huis gehaald en ben ik gaan zitten. Want zitten is het allerbeste advies dat ik ooit gehad heb. Loop je vast met schrijven? Blijven zitten. Heb je geen inspiratie? Blijven zitten. En dus had ik mezelf zo dichtgetimmerd dat ik alleen op hoefde te staan om naar de plee te gaan. En daar ging ik. Met als startpunt 5.600 woorden en als doel één extra hoofdstuk toe te voegen aan de drie die ik er al had. Ik wist gelukkig waar het hoofdstuk over ging, dus het was een kwestie van iets uitgebreider opschrijven van de korte samenvatting die er al was. Mijn hoofdpersoon reageerde moeiteloos op de instructies die ze kreeg, ze ontdekte of autorijden wel iets voor haar was of juist niet, haar geheime minnaar ging van het dragen van een baard naar een gladgeschoren kin en die twee sigaretten die gerookt worden, verschoven van Lucky Strike naar Camel. Aan het eind van de dag had ze een pleister op haar hand van hemelsleutel en ik had de 10.000 bereikt. Anderhalve maand voor de uiterste inleverdatum. Het verhaal heeft nu officieel een kop, romp en een kont en ik heb the official First Draft geprint en die ligt nu naast me vol met allerlei aantekeningen.

Vanochtend mochten B. en ik onze collega A. feliciteren met het Medewerker van de Maand-schap. DIK verdiend. Ik had koffie gehaald bij het dure, maar oh zo lekkere koffietentje om de hoek. Waar ze altijd met de benen buiten staan, nee letterlijk, er stond een rij buiten. En ik stond daar, met mijn groene schortje en kartonnetje waar de bekers zo mooi in passen. Een jongeman kwam naar buiten en vroeg aan de mensen voor me in de rij met hoeveel ze waren. Ondertussen gleden zijn ogen over mijn schort. ‘Kom maar,’ zei hij. Ik liep achter hem aan naar binnen. ‘Het duurt waarschijnlijk wel tien of vijftien minuten voor ze klaar zijn, is dat oké voor je?’ ‘Ja hoor.’ Zei ik ‘goeie dingen mogen tijd kosten.’ Ik bestelde en bedacht ondertussen een liedje dat ik voor mijn hardwerkende collega kon zingen. Iets in de trant van ‘hard zal ze werken’ ipv lang zal ze leven, maar voor ik ook maar tot iets zinnigs gekomen was, kreeg ik een knipoog en een treetje met drie bekers zwart goud in handen gedrukt. Ze hadden me er even doorheen gedrukt, de schatten.

Vervolgens schoot A genadeloos vol van hoe we het certificaat MvdM overhandigden, waarop B ook volschoot, waarop ik een groepshug afdwong en ze vervolgens naar onze riante kantine stuurde om daar even op adem te komen. En ja het was een drukke koopzondag, dus er stond een handjevol Chinezen met 300,- aan visolie schaapachtig aan de kassa te wachten tot we uitgesnikt waren. Fantastisch. Ze deden het ermee.

En toen kwam hij binnen. Lang, opgeschoten gastje, ergens in de twintig, petje te hoog op zijn kop, gouden tandje, een broek waarvan ik altijd de neiging krijg om hem of op te trekken, of juist nog verder naar beneden. Ogen flitste alle kanten. Hij klopte op zijn buik, ‘ik heb paniekaanvallen man. Heb je iets sterks?’ Ik liep met hem mee naar de afdeling Rust, we raakten aan de praat en ergens tijdens dat gesprek besefte ik me dat het hem ging om serieus genomen worden en hij realiseerde dat ik hem serieus nam. Klik. Hij vertelde, ik vroeg door. Complimenteerde hem dat hij van de Red Bulls af kon blijven. Ik vertelde van de Bach-druppels. ‘Broer, die had ik als kind ook man.’ En dat ‘broer’ vond ik zo’n fantastisch compliment! Want dat zeggen die gastjes tegen hun matties, weet je? En ik was gewoon zijn mattie op dat moment. Hij vertelde nog van alles, vroeg nog naar andere dingen, maar rekende uiteindelijk toch de Bach af. En ik kreeg dus een high-five en de belofte dat ‘ie nog een keer langs zou komen. Mijn mattie met zijn gouden tandje. Nou en toen kon ik naar huis, mijn buit was binnen. Beter kon niet. Nou is dat niet hoe winkels werken, maar de rest van de dag verliep net zo leuk en net zo soepel.

In de trein terug werd ik overvallen door opluchting. Alsof de 10.000 indaalden. Ik heb het doel bereikt, heb nog anderhalve maand om nieuwe hoofdstukken te schrijven en dingen te schrappen, personages tot bloei te laten komen, ik loop op schema. En dus kan ik nu aan iets luchtigs werken. Mijn mattie was een mooie aanleiding.