heet

Op de terugweg tussen station en thuis, dus op de fiets en voor de gelegenheid met een ventilator onder de snelbinders en met haast, want ik trek hitte alleen als ik mag boogschieten, zag ik het volgende. Kon er geen foto van maken, want op de fiets met ventilator en haast. Een vrouw met een rolkoffer die ze achter zich aantrok. Het handvat uitgetrokken tot de hoogste stand. Het was een flinke rolkoffer, zo eentje waar tussen de 60 tot 80 liter in past. Dat weet ik want ik moest een keer een grote rolkoffer voor een levend standbeeld-kostuum hebben, dus ik heb verstand van grote rolkoffers.

Lees verder “heet”

blaaspiep

Misschien heb ik een verkeerde beweging gemaakt, misschien is het iets in de genen waar ik geen idee van heb, hoe dan ook, vanochtend heb ik vanochtend eindelijk een afspraak gemaakt bij de huisarts voor mijn heup. Of mijn onderrug. Of mijn nieren, geen idee. Hoe dan ook, iets doet zeer, kan moeilijk zitten of liggen en yoga helpt niet. Heb ook mijn magnesium verhoogd en dat helpt een heel klein beetje, maar net niet genoeg. Het is niet heel erg, een beetje zeurderig, maar omdat ik niemand heb die kritisch kijkt en op plekken kan duwen, wil ik er toch de huisarts naar laten kijken.

De assistente stelde concrete vragen, waaruit ik kon opmaken dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Het voelt ook eerder als een spier of een zenuw dan een orgaan, maar goed, het zekere voor het onzekere niet waar? Ze vroeg of ik paracetamol slikte. Ja dat had ik gedaan, gisteren zelfs een nieuw doosje gekocht (het aanwezige doosje was ver over de datum) en meteen eentje ingenomen. Later op de dag nog een. Of ik een spiegel had opgebouwd, vroeg ze. Een spiegel? Ja, zei ze alsof het de normaalste zaak van de wereld was, een spiegel van paracetamol. Spiegels van vitaminen en mineralen ken ik, maar spiegels van pijnstillers… Aangezien de afspraak pas ergens volgende week is, was het verstandig om een spiegel op te bouwen. Ik mocht best vier keer per dag twee tabletten innemen, ik verslikte me. ACHT PILLEN PER DAG!? Ik moest denken aan iemand in mijn intieme kring die met twee pillen meer en een fles wijn een eind aan haar leven wilde maken, maar dit was een jonge assistente en ik heb respect voor de zorg, dus ik herpakte me. ‘Is dit nodig voor die afspraak?’ ‘Nee, maar als je pijn hebt en je wil van de pijn af, mag je best paracetamol pakken.’ ‘Acht per dag?’ Vroeg ik nog een keer. Ze bevestigde. ‘Maar het hoeft niet?’ Dat bevestigde ze ook. ‘Maar als het oncomfortabel wordt, dan…’ ‘Pijn is een signaal van mijn lichaam, ergens gaat er iets niet goed, dat ga ik toch niet wegdrukken met pijnstillers? Moet gewoon in beweging blijven.’ In gedachten zag ik haar met haar ogen rollen, daar heb je weer zo’n thuisdokter. Misschien had ze gelijk, maar het voelde niet goed. Toen ik jaren geleden het korset van mijn trouwjurk aan liet meten, zei de verkoopster dat ze een verdraaiing in mijn rug zag en ik denk inmiddels, met dit schrijven dat ik doe en veel staand werk, dat het daaraan ligt. Dan is pijn echt een signaal van mijn lichaam en ik wil luisteren.

Zodoende liep ik niet veel later licht aangebrand richting stad. Ben vrij vandaag, lekker op de bank lezen is op dit moment niet echt mijn ding (tenzij ik een paracetamol pak en dat doe ik nu vanuit principiële overwegingen niet, dat snap je) dus ik ging er op uit, Moest nog ondergoed kopen en ik wilde een keer iets goeds kopen, in plaats van spul dat eigenlijk nooit echt lekker zit. Laatst was ik met een vriendin in een duurdere ondergoedwinkel, maar ik wist niet meer waar die zat, dus ik dwaalde door de stad in de hoop er zomaar tegenaan te lopen. Wat natuurlijk pas gebeurde toen ik alle steegjes had bekeken, behalve het steegje waar die winkel in zat. Dus na een flinke wandeling: ja hoor, ergens tussen sigarenboer en kerk: de winkel. Opgelucht stapte ik naar binnen en trof daar twee winkelmedewerkers waarvan er eentje flink zat te huilen. Wat helemaal niet erg is, bij mij in de winkel wordt er ook flink wat afgejankt, maar wij lopen dan wel even naar het kantoortje. Deze twee dames zaten gewoon achter het kassablok te huilen en te troosten. Wat op zich heel mooi was, maar ik zit er niet op te wachten mijn boezem te laten opmeten door mensen die o v e r d u i d e l i j k iets anders aan hun hoofd hebben. Kort hadden we oogcontact. ‘Neem je tijd,’ zei ik, ‘ik kom later wel terug.’ Ik kom helemaal niet terug, wist ik.

Maar er brandde geld in mijn zak. Ben de laatste tijd aan het “professionaliseren” (whatever dat is) en daar hoort kleding bij. Wat heel lastig is voor iemand die haar hele leven voor bedrijven heeft gewerkt waar ze aan bedrijfskleding doen. Mode interesseert me totaal niet, hoe iemand eruit ziet: I don’t care. Het enige dat ik hoef te weten is of we aardig tegen elkaar kunnen doen en dan boeit het me niet of je in harnas of in een eendenpak rondloopt. (Vooruit, ik loop weg voor mensen in uniformen van een bepaald regime, maar over het algemeen…) En ik ben een keer een stenen armbandje kwijtgeraakt, dus ik ging naar de stenenwinkel in de grote winkelstraat en liet mijn oog vallen op een armbandje met mooie labradorieten erin. Die zou mooi passen bij de blauwe blouse die ik laatst gekocht heb. Ik ben dol op labradorieten. Ze doen me denken aan pauwen en mijn spook had met slecht weer dezelfde bruin-groene schakeringen in zijn ogen. Maar het zilver vond ik eigenlijk niet mooi. Het was me te glad, te rond. Ik twijfelde. Maar omdat ik ook al pech had met de over-the-shoulder-boulder-holders, besloot ik overstag te gaan.

Een jongeman in een maagdelijk wit t-shirt ving eindelijk mijn blik. Voor mij was een tweetal aan het afrekenen en een van de twee was met luide stem aan het herhalen hoe spiritueel ze wel niet was, mijn god, ik ben zo blij met mijn eigen winkel en het nuchtere spul dat daar werkt. ‘Ik denk dat wij elkaar eerder hebben gezien,’ zei de verkoopster tegen de luide klant en ze keken elkaar lang en betekenisvol aan. Ik overwoog weg te lopen, maar de jongeman kwam al op me af. ‘Ik heb een armbandje gezien,’ zei ik.

Hij pakte de sleutel en opende de vitrine. De stenen en het zilver fonkelden nog harder in het echt. Vervolgens pakte hij mijn mandje aan en zette deze op de grond. Ik kreeg niet de tijd om me af te vragen wat daar de logica van was. Hij haalde het armbandje uit de vitrine, maakte de sluiting los en maakte aanstalten om het armbandje om te doen bij me!
‘Ho… sorry,’ zei ik ‘ik wil dit armbandje alleen maar kopen.’ Hij keek me verbaasd aan. ‘Dit is… heel lief, maar een sieraad omdoen bij iemand is niet zomaar iets.’ Heb nog nooit zo snel zoveel vraagtekens op zien duiken rond iemands hoofd, het was bijna schattig. Hij liep ermee naar het achterste kassablok (die toko is zo groot, ze hebben twee kassablokken), want de eerste was nog steeds bezet door zielsverwanten die steeds luider werden.
‘Hoe ziet u dat dan?’
‘Oh jongen,’ flapte ik eruit. ‘Een sieraad kan een stuk zilver met een steen zijn, lekker lekker fonkel fonkel maar voor sommigen is het een symbool, van waarde, zeker als het niet de goedkoopste sieraden zijn. Als jij deze omdoet bij mij… je hebt geen idee waar je je aan verbindt, want dat is wat er gebeurt. Dit is echt niet aan jou. Heel lief, maar niet doen. Niet zonder eerst te vragen of de ander daarop zit te wachten.’

Vervolgens had ik mijn bankpasje niet eens bij me. Mijn god. Het was gênant en een opluchting tegelijk. Vanochtend in alle vroegte boodschappen gedaan en het plastic in mijn andere schoudertasje laten zakken, omdat iemand achter me liep te drukken en ik mijn handen vol had. Kwam dat even goed uit.
‘Nou, wat jammer!’ Nope.
‘Zal ik het apart leggen voor u?’
‘Doe maar, ik kom zo terug.’ Nope. Ik wilde naar huis. Ik wilde een paracetamol. Ik wilde acht paracetamollen en die met een blaaspijp naar goed bedoelende winkelmedewerkers blazen.

Onderweg naar huis passeerde ik twee Aziatische toeristen.
‘Look, church,’ zei de ene, terwijl de andere foto’s maakte.
‘Beautiful church,’ zei de fotograaf. Ik keek op. De toren van de St. Jan keek op me neer.
‘It’s a cathedral,’ zei ik. De twee keken me verward aan.
‘Not church?’
‘No, it’s a cathedral. Like church, but better. Like upgrade from church.’
‘Cathedral,’ zeiden ze, onder de indruk.
‘You can go inside and see the Mother of this town.’ Oeh daar hadden ze wel oren naar, ze staken over en zwaaiden naar me terwijl ze de St. Jan betraden en ik dacht, hier kan niets tegen op. Wat een mooie dag.

opgelucht

Luid bellend kwam hij de winkel in en liep, alsof hij wist waar hij zijn moest, naar achteren. Moet gezegd, de Arabische medemens heeft meer sjoege van de werking van honing, dus ‘achterin’ (waar de honing staat) is een geliefde plek voor gesprekken met de Arabaische medemens. Hij kwam dus bellend binnen en had halverwege al naar een collega geroepen die achter de kassa stond en dus gezellig terugriep, maar geen kant op kon. Of wilde.

Lees verder “opgelucht”