Op de terugweg tussen station en thuis, dus op de fiets en voor de gelegenheid met een ventilator onder de snelbinders en met haast, want ik trek hitte alleen als ik mag boogschieten, zag ik het volgende. Kon er geen foto van maken, want op de fiets met ventilator en haast. Een vrouw met een rolkoffer die ze achter zich aantrok. Het handvat uitgetrokken tot de hoogste stand. Het was een flinke rolkoffer, zo eentje waar tussen de 60 tot 80 liter in past. Dat weet ik want ik moest een keer een grote rolkoffer voor een levend standbeeld-kostuum hebben, dus ik heb verstand van grote rolkoffers.
Aan die rolkoffer hing een kind. Jij moet twee keer lezen, ik moest twee keer kijken. Zwart haar in twee staartjes als fonteintjes op haar hoofd, ze hield de twee spijlen van het handvat vast met haar knuistjes, ik denk dat ze vijf of zes was. De rolkoffer was zo groot dat ze er gestrekt overheen kon hangen zonder dat haar voetjes over de grond sleepten. Ze leek een vastgeknoopt zomerjasje, een badhanddoek die te drogen hing.
Dat wilde ik even zeggen. En ik wilde ook even zeggen dat ik vanochtend op de heenweg tussen station en werk een helder moment had. Ik loop steeds te zeggen dat ik over de Majesteit wil schrijven in het vierde jaar, maar mijn zelfvertrouwen qua proza is nu zo all time low dat ik heb besloten komend semester al over haar te schrijven. Als er iemand is waar ik veel van afweet is zij het. Niet haar hele levensverhaal, maar een fragment. Mag vast wel. Als dat me niet naar de vierde brengt weet ik het ook niet meer en incasseer ik het verlies met opgeheven hoofd. En nu ga ik de ventilator installeren.
