adem in en

Al zeven jaar fiets ik bijna iedere dag over een van Den Bosch’ mooiste stukjes, de Orthenbrug over de Zuid-Willemsvaart. Je kan ver kijken en als de zon net op is, schittert het zonlicht op het water of, als het middenin de nacht is, zie je de lampen in het water weerkaatsen. Het is goed toeven in een stad met water.

Op de hoek van die brug staat dus al net zo lang een praktijk voor chiropractors. Je weet wel, mensen die nekken breken van mensen die daarna gewoon opstaan en blij zijn. Ik ben daar niet zo van, ik kan er ook niet tegen als iemand zijn vingers knakt. Dat dat op zijn tijd lekker is kan ik me voorstellen, maar doe dat alsjeblieft thuis of ergens anders waar niemand er last van heeft. Laatst zat er iemand in de trein die schaamteloos zijn vingers vlocht, zijn palmen naar buiten draaide en duwde. Knakkerdeknakkerdeknak zeiden de gewrichtjes en ik kon er niks aan doen. De juf werd wakker. ‘Serieus? Waar iedereen bij is?’ Gelukkig verontschuldigde hij zich en verdween daarna met rode konen in zijn telefoon, maar als dat niet het geval was, was ik klaar om te knokkels. Knokken bedoel ik.

Maar goed. Die heup. Of die rug. Een hele tijd geleden, misschien wel een jaar of vijf, fietste ik er net voorbij toen een straattheater-collega naar buiten tuimelde. Met een gezicht dat ik niet anders kon omschrijven als een combi van verwrongen en opgelucht. En dat hoofd bleef me bij. Dus besloot ik ze toch maar eens te mailen, want dat met die pijnstillers schoot natuurlijk niet op. Dus ik mailde, ze reageerden en eergisteren kon ik terecht voor een kennismaking en een scan. Er werd met rollers over mijn rug gerold, er werd wat geduwd en vergeleken en ik moest met twee vingers in een hartslagmeter zitten. Daarna kwam er een plaatje van mijn rug tevoorschijn met groene pijlen, oranje pijlen en rode pijlen. Bij alle pijlen stonden mogelijke klachten en toen moest ik me even achter mijn longen krabben. Rode pijl bij luchtwegen en wat had ik begin dit jaar? Longontsteking. Kee. Cool. En inderdaad, de heupen stonden scheef. ‘Als je wil kun je meteen terecht voor een eerste sessie,’ zei ze. ‘Sure,’ zei ik.

En KRAK klonk het. Tja, sommige dingen kan je beter niet eerst uitleggen, dat geloof ik meteen, ik weet niet wat er in mijn hoofd aan stress was gebeurd als ze dit mooi hadden ingekleed en voorbereid. ‘Klinkt heftig hè?’ Ik weet niet wat ik geantwoord heb. Volgens mij keek ik haar alleen maar aan. Gelukkig was het bloedheet. ‘Dit was het?’ ‘Dit was het. Tot morgen?’ ‘Yup.’ Ik gleed van de pijnbank, zette mijn bril op, gleed met mijn voeten in mijn Birckenstockjes en zo tuimelde ik naar buiten, met een hoofd verwrongen en opgelucht.

De dagen daarna verliep alles volgens verwachting. Tintelingen, soms beetje duizelig, maar ergens gloorde iets van een nieuw begin. En ik kreeg huiswerk mee. Ik moet iedere dag op de grond liggen, met mijn benen in een hoek op een stoel. Gelukkig heeft mijn moeder mij twee antieke stoelen nagelaten met open armleuningen, waar mijn benen precies tussendoor kunnen steken. Zo moet ik twee keer per dag een kwartier lang liggen. Maar ze hebben niet gezegd hoe ik overeind moet komen, kan iemand mijn collega’s bellen dat ik vandaag niet kom werken?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *