Onopvallend knikte ze, ze had dit onder controle. Vervolgens boog ze zich een beetje over de toonbank heen en ontfermde zich als het ware over de casus van mevrouw A. Ze had mevrouw A al eerder geholpen: mevrouw A geloofde niet dat haar vertrouwde lotion in het vertrouwde groene flesje een nieuwe verpakking had gekregen.
Dus maakte mijn collega het doosje open en liet mevrouw A het groene flesje zien. Waarop mevrouw A gefrustreerd ‘zie je wel,’ zei en ‘dan dit maar’ zou kopen. Waarop mijn collega me even verward aankeek.
Bij de kassa ging het los. Mevrouw A had via mail een kortingsbon gekregen, maar toen mijn collega haar klantenkaart scande, stond er geen kortingsbon open. Kon niet, aldus mevrouw A. Ze had mail gehad, dus het was zo. Dit was ook niet de eerste keer dat het mis ging, dus ze was goed voorbereid naar de winkel gekomen.
Ondertussen legde ik het klusje waar ik mee bezig was aan de kant, ik hoorde aan de steeds hardere stem van mevrouw A dat dit een lange zit ging worden, dus ik stelde me op in de buurt van de andere kassa, zodat mogelijke andere klanten meteen geholpen konden worden en mijn collega niet ook nog een rij in haar nek voelde hijgen.
Toen ik wat klanten geholpen had, riep mijn collega me toch bij zich. Of ik wel kon zien wat zij niet kon zien. ‘Die is nog jong, die heeft vast goeie ogen,’ mopperde mevrouw A. Ik schoof mijn bril mijn neus op en keek naar mijn collega. Die geen bril draagt en prima ogen heeft. Ze rolde met haar ogen. Ik voegde me in het gesprek en mevrouw A liet me haar telefoon zien, met daarop het bewijs van de mail over de kortingsbon. Bewogen. Als in, ik maak zulke foto’s als ik een bodempje van het een of ander op heb. Of zeg maar een flinke bodem. Nou heb ik als ex-levend standbeeld best een stevige hand en mevrouw A was op leeftijd, dus ik wilde niet te hard oordelen, maar ze vond het verschrikkelijk toen ik toe moest geven dat ik het ook niet kon zien. Dit was toch echt het bewijs van die korting. Het ging haar heus niet om die anderhalve euro, het ging om het principe. Dat ze haar die korting hadden beloofd. We moesten die code toch maar invoeren op de computer. Mijn collega en ik gingen akkoord. Ik zou de cijfers voorlezen, zij voerde ze in. Vier. Zeven. Een. Twee. Twee. Zeven. Misschien een nul. Maar het kan ook een negen zijn. Drie. Of een acht. Mijn collega keek me aan. ‘Bel de klantenservice maar,’ zei ik.
Terwijl ik andere mensen hielp aan de andere kassa, ging het van kwaad tot erger. Als mevrouw niet een duidelijk plaatje van de mail had, dan kon de man van de klantenservice haar niet helpen. Maar terwijl mijn collega in gesprek was met de man van de klantenservice, begon mevrouw A zich luid te bemoeien met het gesprek. ‘Hier,’ zei mijn collega en ze gaf de telefoon aan mevrouw A. ‘Ik stap er even tussenuit.’ Ondertussen, terwijl mevrouw A op de arme man van de klantenservice foeterde, articuleerde mijn collega dat ze twee klantenkaarten heeft en dat daar de verwarring waarschijnlijk is ontstaan. Ik sloeg een kruisje. ‘Ik vermoed dat u per ongeluk twee klantenkaarten heeft,’ zei mijn collega. ‘Wat verschrikkelijk dat u dat zegt, waarom zou ik twee klantenkaarten hebben?’
Mijn collega wist zich er tussenuit te wurmen door het mailadres van de winkel op te geven. Dan kon ze de mail met de kortingsbon naar ons doorsturen en dan zouden wij het nog een keer voor haar uitzoeken. Wij beloofden op onze beurt dat we meteen zouden antwoorden zodra haar mail binnen was gekomen. Nog steeds danig overstuur liet ze zich afschepen en vertrok. Zonder de groene flesjes, want die wilde ze alleen maar hebben als ze ook de korting kreeg.
Dit gebeurde even na de middag. De rest van de dag hielden we onze winkel-inbox angstvallig in de gaten, maar geen mail. Een uurtje voor sluit vertrok mijn collega, het laatste uur is er toch niet veel te doen. Ze was de deur nog niet uit of… daar kwam mevrouw A weer. Of we haar mail hadden ontvangen. ‘Nee,’ zei ik stellig. Nou, dat kon natuurlijk niet. Of mijn collega er nog was. ik vertelde haar dat ze al naar huis was. (En al was dat niet zo, dan had mijn collega opeens een belangrijke taak in het magazijn gehad.) ‘Gelukkig maar,’ zei mevrouw A, ‘die trok zich alles zo persoonlijk aan.’ ‘Wat ik me goed kan voorstellen als iemand je steeds niet uit laat…’ ze begon over een papiertje dat ze mee had genomen met daarop de klantencode in de mail. ‘Kijk,’ zei ik en nam het verfrommelde papiertje aan. De code op het papiertje was een andere code dan de code op haar klantenkaart. Daarmee het bewijs dat er toch twee accounts waren.
Ik ga je de rest besparen, je voelt het al. Zwaar in haar eer getast rekende ze uiteindelijk de twee flesjes af en verliet het pand. Ken je die filmpjes op internet van twee jongens die tegenover elkaar zitten in een tuin en tussen hen in zwaait een aan een touw opgehangen waterballon? Ze zijn geblinddoekt en het is maar afwachten wie er als eerste de volle laag krijgt?
Vanochtend, mijn collega en ik mochten weer samenwerken, dit keer opende zij, appte ze in paniek dat ze de code van de tussendeur vergeten was en dat het slot geblokkeerd was. BATS weer een ballon. Een half uur later werd er onder haar neus voor een flink bedrag aan spullen gejat. De onverlaat was zo gewiekst dat hij precies wist wat zijn rechten waren. Ze sprak hem aan, maar de vogel vloog. BATTTS weer een ballon. Vol in haar bakkes. Een uur later brak de sleutel van haar locker af en kon ze niet meer bij haar spullen. HOPPAAA. Weer even later ontdekte ze te laat dat er een kassastoring was en dat een klant met de beste bedoelingen de winkel had verlaten zonder af te rekenen. <zwenk, zwiep> KLABLATS.
En tot overmaat van ramp… trok ze een la onder een kast open om wat producten bij te vullen… zat er een naaktslak onder. En die smeerde ze over een afstand van twintig centimeter uit over de winkelvloer. Mijn. Hemel. Mijn heldhaftige collega. Wat hadden we een lol vandaag, maar wat waren we blij dat het erop zat… Leuk joh, winkelwerk.
