‘Als jij hier niet over schrijft, dan doe ik het.’ M. zeeg neer op haar elleboog in de hoop buiten beeld te blijven van mevrouw Sorry.
‘Maak je geen zorgen, dat verhaal komt er,’ beet ik ‘Mag ik zo met haar afrekenen? Desnoods ruilen we als ik net iemand anders aan het helpen ben.’ Het stoom kwam uit mijn oren, als in, ik was de fase ingegaan van harder praten, korte antwoorden en streng aankijken. Dit is wat er gebeurde.
Het begon met dat ik doosjes thee op de grond zag liggen. Als in, drie doosjes thee. Niet netjes opgestapeld om even aan de kant te leggen, maar alsof ze er willekeurig neergegooid waren. Bij één doosje kan het nog zijn dat een oud mensje iets probeerde te pakken en vervolgens liet vallen, maar onze oudere klanten zijn over het algemeen zo opgevoed dat ze om hulp vragen. Dus ik dacht, ik ga toch eens even kijken. Stond er een dame van Aziatische origine foto’s te maken van doosjes thee. Terwijl achter haar die drie doosjes gewoon op de grond lagen te liggen. Meteen voelde ik zo’n steekje. Zo’n oké-nu-oppassen-Gwen-steekje. Ik ben aan het werk, ik sta namens een team, namens een bedrijf, ik ben op dat moment het gezicht van een systeem, een systeem waar ik veel aan te danken heb -hoe ik er ook op mopper- dus ik maakte de keuze beleefd te blijven. Ik pakte de doosjes thee op en ontdekte dat eentje helemaal leeg was!
In de categorie HUH? Was dat doosje al leeg? Had die mevrouw van Aziatische origine alle theezakjes in haar rugzak gedeponeerd? Had de dame van Aziatische origine het lege doosje van huis meegenomen zodat ze zeker wist dat het de goeie thee zou zijn? Hoe dan ook, dan nog lagen er twee doosjes thee op de grond en, dat zag ik toen pas, nog van mijn favoriete merk ook (Pyramide). Spontaan werd ik misschien iets minder beleefd dan ik me een halve minuut eerder had voorgenomen. Ik sprak de mevrouw aan. ‘Please don’s put this on the floor.’ Vanochtend had ik braaf de winkel geveegd en een dweil er doorheen getrokken, maar dat was om half 9 en inmiddels was het half 5. ‘HÈ?’ zei ze.
Als een stokstaartje kwam M achter een schap vandaan. Met een kwaadaardige fonkeling in haar ogen. Ze graaide nog net niet in haar denkbeeldige mega-emmer popcorn.
‘The floor is dirty,’ legde ik uit ‘please don’t put our teas on this dirty floor. People drink this.’ Ik beende naar de ingang van de winkel, pakte een mandje, liep terug, stopte de andere dingen die ze her en der had neergezet (pakken amandelmelk bij de electrolyten, handcrème tussen de zakken kamille) in het mandje en gaf het mandje aan haar. In de hand. Hier. In de hoop. Dat ze zou begrijpen. Dat. Adem uit Gwen. Uit je buik. Vervolgens stonden er klanten bij de kassa, goed excuus om letterlijk afstand te nemen. Ik nam de drie theetjes met me mee naar het kassablok, voor het geval ze ze terug in de kast zou zetten en schakelde terug naar wie ik ben als klanten wel normaal doen. Maar ik sprak terloops wel met M af dat wat er ook gebeurde, die twee volle theedoosjes rekende ze wel gewoon af, want ik kon die niet met goed fatsoen verkopen.
Een kwartier later, mevrouw Sorry stond inmiddels bij de kast met rustgevende supplementen, deed ze hetzelfde! Ze stalde doosjes melatonine uitgebreid uit op de grond om er foto’s van te maken. Acuut werd het wit voor mijn ogen. Ik vloog er op af, griste MIJN spullen van de vloer (want tot shit afgerekend is, voelt het voor mij als MIJN shit en daar ga je respectvol mee om) en deponeerde deze in het mandje dat ze inmiddels ergens achter haar middenin een gangpad had achtergelaten.
‘Don’t. Put. Our. Stuff. On. The. Floor.’ Ik drukte haar het mandje in haar handen. Vervolgens NEE WE ZIJN NOG NIET KLAAR. Vervolgens had ze vragen. JA HET WORDT NOG ERGER. Er is eerlijk waar niks ergs aan onze taal niet spreken. Er is ook niets ergs aan geen Nederlands èn geen Engels kunnen. Als je me vriendelijk benadert wil ik met alle liefde van de wereld in je telefoon schreeuwen zodat Google Translate de kloof tussen ons kan overbruggen. Maar.
‘HELLO,’ riep ze. Ik liep naar haar toe. Een… Twee… Drie… Blik naar M die ook hoorntjes begon te kweken.
‘Yes?,’ zei ik. Vervolgens ging ze op haar telefoon scrollen.
En scrollen. Terwijl ik naast haar stond.
En scrollen.
En s c r o l l e n. Dus ik liep weer weg, want er kwam een klant binnen met overduidelijke vraagtekens en een goedemiddag. Maar terwijl ik met die klant bezig was, we waren echt al best ver gevorderd in het gesprek, liep mevrouw Sorry naar me toe en begon haar vraag in haar telefoon te roepen. Terwijl ik aan het praten was met iemand die goedemiddag had gezegd. Vier. Vijf. Zs. Zvn.
‘I’m helping a customer now.’ Waarop mevrouw Sorry haar telefoon in mijn gezicht duwde zodat ik kon zeggen wat ik wilde zeggen en Google Translate wat ik zei voor haar kon vertalen.
‘Ik. Ben. Een. Klant. Aan. Het. Helpen. Even. Wachten.’ Tegen de tijd dat Google Translate zo ver was waren ik en mijn klant weggelopen. Maar omdat ik wegliep en mevrouw Sorry toch aanstalten maakte om af te rekenen, was M de pineut. M meldde zich aan bij de kassa, nam het mandje van mevrouw Sorry aan en begon dingen te scannen. Piep. Piep. Piep. Piep. Maar halverwege het scannen, liep mevrouw Sorry weg. Ze liep naar een kast, pakte er iets uit, draaide het om, zette het achterstevoren in de kast en begon het fotograferen. Terwijl mijn collega met een halfvol kassablok stond te wachten op haar terugkeer. En ondertussen voegden zich andere wachtenden in de rij.
‘Excuse me miss,’ zei M. Geen respons. Dus M legde alle dingen terug in het mandje en hielp andere klanten, de avondspits was immers begonnen. Een paar klanten later, er had zich inmiddels een rij gevormd en ik was een klant aan het adviseren, zag ik mevrouw Sorry opnieuw het kassablok benaderen van de zijkant. Maar er stond een rij voor de kassa van M.
‘Please wait in line, miss,’ zei M heel beleefd. Maar mevrouw Sorry pakte haar mandje uit en legde alles op het bijzettafeltje naast het kassablok. Vervolgens liep ze weg. Om iets uit een kast te pakken. Dit omgekeerd terug te zetten. En er foto’s van te maken.
Deze routine herhaalde zich vier of vijf keer. Vftien. Chtien. Twntg.
Naar het kassablok lopen, alles uitpakken, de helft laten scannen, weglopen en in alle rust voor een kast staan loeren naar iets. Pas weer terugkomen als er klanten aan de kassa staan en tijdens het afrekenen van de spullen van de andere klanten een vraag in haar telefoon roepen en vervolgens Google Translate het woord laten doen. Met de volumeknop vol open. Waarop wij vier of vijf keer haar spul terug in haar mandje deden en het mandje aan de kant schoven. Waarop ze weer door de winkel liep, ons iets vroeg, ons liet antwoorden en ik was zo ongelooflijk klaar met die vrouw. Helemaal toen ze letterlijk vlak naast een mevrouw ging staan die aan het afrekenen was. Die vrouw was letterlijk in haar portemonnee aan het kijken naar pasjes en geld. Die arme vrouw schrok zich de pleures van deze wildvreemde die opeens in haar aura kwam met een mandje vol vragen.
’No,’ zei ik. De keizerin werd wakker. De vrouw die me al jaren redt als ik in situaties kom waarbij vriendelijkheid als een leeglopende ballon door de ruimte flubbert. Toen ik nog in het museum werkte en er een schoolreisje uit Rotterdam op bezoek kwam. Toen er onderweg naar mijn werk, daags na een date met een hork, twee idioten midden op straat met elkaar op de vuist gingen en ik haast stikte in agressie en ik me er dus mee bemoeide. Grip. Orde. Tucht. Die.
‘No. Just no. I am helping this lady now. Back off.’ Ik schoof alles, dus ook de drie doosjes thee (dus ja, inclusief d.a.t. l.e.g.e. d.o.o.s.j.e. t.h.e.e) hup haar mandje in en wonder boven wonder, op de een of andere manier leek ze iets te begrijpen.
Niet generaliseren Gwen. Doe het niet. Je staat er namens een bedrijf. Je bent onderdeel van een team. Onaardigheid is olie op het vuur. Vriendelijkheid kan je redden. Van sarcasme krijg je rimpels. Blijf. Lief. Je kan het.
‘Sorry,’ zei ze. Sorry. Sorry, zei ze. Maar haar Aziatische origine maakte er in mijn oren natuurlijk iets anders van. De Aziatische taal plaatst ook nog wel eens overal een ja achter. Dus… in mijn kaaskoppige brein, was het meer solleja dan een sorry. Gevolgd door HÈ? Ken je dat nummer nog van vroeger? Bahieja hie, bahieja ha, die meneer die zo onhebbelijk hoog zingt? Weet je die nog? Ik had meteen een flashback. Solliejahie solliejaha solliejaHAHA. De grond begon te schudden van de naderende schaterlawine. Niet naar M kijken. Niet naar M kijken. Ondertussen begon de mevrouw met wie ik nog steeds aan het afrekenen was, zich er ook mee te bemoeien, maar ik werkte snel, die klant verliet tevreden het pand en toen was eindelijk mevrouw Solly aan de beurt. Ik bedoel, sorry. Sorry.
Piep. Piep. Piep. Het scannen begon. Voor de vijfde of zesde keer. Voor de zoveelste keer maakte ze aanstalten om weg te lopen.
‘NO!’ riep ik zo vriendelijk mogelijk. ‘You are gonna pay for this first. Then you can look for somethings else. First. Pay. Than. Look. You want a bag?’ Het was zaak deze dame zo snel mogelijk de deur uit te krijgen mèt die drie doosjes thee.
‘HÈ?’
‘Bag?’ Ik pakte een tas en hield deze omhoog. Ze schudde nee. Prima. En door. Scannen. Afrekenen. Dus ook de twee volle theedoosjes van Pyramide die op de grond hadden gelegen. Dus ook het lege doosje waarvan ik niet wist of ze de inhoud ervan in haar rugzak had gedumpt. Better safe than solly. SORRY. Ze betaalde en begon de producten in haar tas te pakken. Ik liep weg om een klant te helpen en af te koelen.
RIEP ZE TERWIJL IK DIE KLANT AAN HET HELPEN WAS OM EEN TASJE. RIEP. ZE. SERIEUS. DOOR DE WINKEL. OM EEN TASJE. Ik draaide me in slow motion om. M en ik wisselden een blik. De klant die ik aan het helpen was schoot vreselijk in de lach. Die had een groot deel meegekregen, ze komt vaker dus die weet dat wij normaal niet zo zijn. Ze vermaakte zich kostelijk, bleef zelfs extra hangen om het drama te volgen.
‘HÈ?’ Klonk het.
‘Sorry hoor, vind je het heel erg als ik…’
‘Toe maar,’ zei mijn klant begripvol. Ik liep terug. Zoals Aragorn in the Fellowship op de horde orks afloopt vlak voor the Fellowship uit elkaar valt. Op die bergtop. Vlak voor Boromir het loodje legt. Kom maar. Kom maar met je vraag. Het is namelijk de laatste.
‘I asked if you wanted a bag. You said no.’ Mevrouw Solly pakte haar telefoon. ‘Ik. Vroeg. Of. U. Een. Tas. Wilde. U. Zei. Nee.’ Gevolgd door de geduldige stem van Google Translate.
‘Bag,’ zei ze.
<enter bommetjes, doodshoofdjes, grafkistjes en galgjes> ‘Here.’ Ik griste een tas uit het kassablok en gaf die aan haar en wees naar de deur.
‘Thank you BYE,’ stelde ik. Mevrouw Sorry pakte haar telefoon en sprak iets in. Google Translate sputterde iets over calcium.
‘Nope,’ zei ik. ‘Nope. Nope. Nope. Thank you. Bye.’ Wijzend naar de deur. Waarop mevrouw Solly naar de deur liep. Naar buiten ging. Naar haar fiets die ze pal voor de etalage had gestald. Wat ook niet mag. We hebben namelijk een glazen pui. En er is genoeg parkeergelegenheid pal om de hoek. Maar weet je? Pick your battles. Terwijl ze haar fiets van het slot haalde keek ze de winkel in alsof langzaam het besef bij haar naar binnen druppelde dat ik helemaal niet aardig was. M en ik zwaaiden haar uit als een tweeling in een horrorfilm. ‘Da-ag. Dank u. Da-ag. Dank u.’ Mevrouw Sorry verdween uit beeld.
‘Ik kom hier nooit meer terug,’ imiteerde M.
‘Kunt u dat beloven?’ gromde ik.
