over de tarot

mening.
Met een stelligheid waar je u tegen zegt kan ik uit de doeken doen wat de tarot ècht is. Wat het ècht inhoudt. Er zijn honderden, zo niet duizenden mensen die hetzelfde beweren, dat wat zij vinden de waarheid is, maar MIJN conclusie komt het dichtste bij. De snoeiharde èchte, tastbare waarheid. Ik weet ook zeker dat er honderden, duizenden zijn die het eigenlijk met me eens zijn, maar om de een of andere reden is het not done om zo over de kaarten te spreken. Maar iemand moet het doen en dus doe ik het. Dus bereid je voor, hier komt de meest concreet meetbare zekerheid over de tarot. Sterker nog, ik heb TWEE wetmatigheden. Waar zelfs de meest koppige, nuchtere exacte wetenschapper het over eens zal zijn. Het is mijn website, dus ik mag van de toren blazen wat ik wil. Hier komen ze.

1: De tarot is een serie kaarten gedrukt op dun karton. Punt.
2: Het bestaat uit twee delen. Punt.

En al de rest is een mix van opinie, tijdsgeest en intuïtie en vooruit, een beetje kansberekening. En precies dat maakt het zowel prachtig als ingewikkeld. In deze column wil ik een poging doen om onder woorden te brengen wat het voor mij is. Zodat, als je mij inhuurt voor een feest of een sessie, je weet wie je over de vloer krijgt. Ik ben namelijk niet iemand die eerst met haar hand een tijd boven de kaarten blijft hangen voor ik er eentje kies. Iemand die bij mij een sessie doet en met de hand een tijd boven de kaarten hangt voor er eentje gekozen wordt, kan verwachten dat ik met een liefdevol tikje een duwtje in de goeie richting geef. Het is namelijk altijd goed wat je kiest. Wachten of de juiste kaart de juiste vibe uitzendt: ik ben er niet van.

praktisch.
De tarot bestaat over het algemeen uit 78 kaarten. Een pak tarotkaarten kan je vergelijken met een boek dat uit twee delen bestaat, Deel I en Deel II. Ieder deel bestaat uit hoofdstukken. Die hoofdstukken kan je los van elkaar lezen, maar je kan ze ook achter elkaar lezen, sterker nog, je kan ze ook husselen. Je kan de ene dag één hoofdstuk lezen. Je kan een dag twee hoofdstukken lezen. Je kan een dag meerdere hoofdstukken lezen. En als je dat doet, meerdere hoofdstukken lezen, dan krijgen de afzonderlijke hoofdstukken een extra lading en DAAR wordt het interessant. Want als in het ene hoofdstuk de hoofdpersoon een duik in het diepe neemt en in het andere hoofdstuk zit hij in zijn uppie op een troon… dan ga je opeens anders over die duik in het diepe denken, toch? Terwijl als de hoofdpersoon een sprong in het diepe waagt en in het tweede hoofdstuk danst hij blij door de wei met zijn vriendjes en vriendinnetjes… dezelfde kaart, totaal andere setting en op die variatie… ik ga daar heel hard op.

Want dat is wat we doen. De tarotiste breidt de losse verhalen aan elkaar. De luisteraar luistert naar het verhaal en haalt eruit wat van belang is op dat moment. Daarom kan je ‘s ochtends een kaart uit Deel I trekken en ‘s avonds… ook weer een kaart uit Deel I. Je trekt wat op dat moment van belang is en het verhaal dat je hoort is al-tijd de interpretatie van de tarotiste die het verhaal breidt, want iedere tarotiste heeft een eigen favoriete steek.

mini-museum
Die afzonderlijke steken worden ook nog eens beïnvloed door het soort kaarten en ook nog eens door de mákers van die kaarten. Ik hoef je niet te vertellen dat er h o n d e r d e n verschillende pakken kaarten zijn, door h o n d e r d e n verschillende makers die ook weer hun plasje over de betekenissen hebben gelaten Als je een heel goed pak kaarten maakt, ontstaan er vanzelf anderen die ook weer iets te zeggen hebben over jouw pak. En dan zijn er ook nog de tarotisten die met jouw kaarten werken en die zelf ook gekleurd zijn geraakt door jarenlange ervaring als tarotiste of door het lezen van vakliteratuur.
Dus is er één boek dat het dichtst bij de kern komt? Nee man. Totaal niet. Het gaat erom dat, als je zelf voor het eerst met de tarot aan de slag gaat, dat je eerst zelf de kaarten bekijkt en er wat bij voelt. Dat je eerst op zoek gaat naar een pak kaarten dat bij je past. Zie het als een mini-museum. Als je er graag in rondhangt dan heb je een goeie te pakken. Als je na een paar schilderijen je ogen rolt, dan weet je genoeg. Ik zou zeggen, ga lekker kringlopen, kijk eens op de site van een tweedehands boekwinkel, vraag rond. Ga neuzen. En neem alles wat er gezegd en geschreven wordt alsjeblieft met een korrel zout en vertrouw op je onderbuik.

Nog even over die twee delen, want dat is wel ook een technisch dingetje aan de tarot wat ik persoonlijk heel leuk vind en waarmee tarotkaarten zich onderscheiden van orakelkaarten. Beide zijn het plaatjes gedrukt op dun karton, het verschil is de structuur. De tarot heeft altijd die twee delen, orakelkaarten hebben dat niet. Deel I wordt ook wel de grote arcana genoemd, Deel II de kleine arcana. Is de grote dan belangrijker dan de kleine? Nee man. Het is gewoon zo gaan heten. Arcana betekent ‘geheim’ en <maakt spookgeluiden> daar krijg ik een beetje jeuk van, want nu gaan we de occulte hoek in. TERWIJL HET NOG STEEDS PLAATJES ZIJN OP DUN KARTON!

Pamela
De twee bekendste tarotpakken zijn namelijk ontstaan rond de eeuwwisseling. 1900. Reis in gedachten met me mee. Het is het Victoriaanse tijdperk, vrouwen hebben niet echt veel te zeggen en het is mode om als beleerde man samen te komen met andere beleerde mannen in sociëteiten of loges. Die mannen zijn overigens niet persé beleerd, soms zijn ze gewoon rijk of hebben ze gewoon een grote bek en doen ze alsof ze beleerd zijn, hoe dan ook, ze komen samen en ze praten over van alles en willen vooral de wereld mooier maken. De intentie is goed en zo.
In één van die besloten groepen gaan twee mannen afzonderlijk van elkaar aan de slag met elk hun eigen pak tarotkaarten en willen daarmee al hun occulte kennis vormgeven. De tarotkaarten met hun structuur bestaan dan al een paar eeuwen. Waarmee ze een kijkje in de keuken willen geven van besloten herengroepen, maar niet alles prijs willen geven. Een beetje net als smoezelen in gezelschap, interessant doen om aanzien te vergaren. De grap is dat ze allebei een niet te lezen boek geschreven hebben en een vrouw nodig hadden om die woorden in beelden te gieten. U leest, ik heb een mening hierover.
De ene vrouw was overigens Lady Frieda Harris, de andere Pamela Colman Smith. En déze vrouw maakte -naast heel veel andere mooie dingen- zo’n ontzettend mooi pak kaarten dat -ik doe een gok- 90% van alle kaarten die afgelopen decennia gepubliceerd zijn, gebaseerd zijn op háár pak kaarten. Dan heb je me toch iets fantastisch neergezet of niet? Als ik sessies op locatie mag geven, dan heb ik haar ingelijste foto altijd bij me. Dat is het minste wat ik kan doen, want als kunstenares stierf ze berooid terwijl de schrijver en de uitgever er met alle knaken vandoor gingen. Zoek haar op zou ik zeggen of lees het boek ‘Pixie’ van Jill Dawson die op een hele fraaie wijze haar levensverhaal heeft neergepend.

Deel I
Terug naar die twee delen. Deel I, oftewel de grote arcana, zijn de plaatjes die je in Hollywoodfilms tegenkomt. De hoofdpersoon loopt een waarzegster tegen het lijf en geheid hij trekt de Dood of de Toren of de Gehangene. Ik schrijf deze woorden met een hoofdletter zodat je weet dat dit de naam is van de kaart. Als ik het over de keizerin heb, dan kan je je afvragen: welke? Elizabeth? Maria Feodorovna? Als ik het heb over de Keizerin, dan heb ik het over de derde kaart van de grote arcana. Want zoals ik al zei, die kan je ook van voor naar achteren lezen. Kaart 1 is de Magiër, kaart 2 is de Hogepriesteres, kaart 3 de Keizerin en zo voort en zo verder. Dit zijn symbolen. Symbolen zijn geen beloftes of waarschuwingen. Symbolen zijn symbolen, ze zijn wat jij er in ziet. Als je de Dood trekt wil dat niet zeggen dat je je uitvaartverzekering op orde moet brengen. Als je de Toren trekt hoef je geen brandmelders te plaatsen, al is het altijd goed om ze regelmatig te checken, los van de Toren. Symbolen zeggen iets over jou en over de wereld waar je in leeft. Een zebrapad is het symbool van een afspraak. De wereldbeker is een symbool van het beste zijn in iets. Maar je kan symbolen ook persoonlijk maken.
Dokter Gustav Jung heeft dat mooi onder woorden gebracht in de vorige eeuw. Hij noemde die symbolen archetypen. Als voorbeeld neem ik het sprookje van Roodkapje. Je hebt Roodkapje, de moeder, oma, de wolf en de jager. Die vijf personages hebben we allemaal in ons zitten. We zijn allemaal wel eens onschuldig, we wijken allemaal wel eens van het pad af. We hebben allemaal wel eens iemand benaderd met dubbelzinnige bedoelingen. (Je gaat me niet vertellen dat je nooit aardig hebt gedaan tegen een leidinggevende of een ouder om onder gezeik uit te komen.) We hebben ons allemaal wel eens in de luren laten leggen door iemand met een vlotte babbel. We hebben allemaal wel eens iets gedaan wat een ander zijn kop gekost heeft. Want we zijn mensen. En zo zie ik de kaarten, met name die van Deel I, ook.

Deel II
Deel II, de kleine arcana, is eigenlijk het gewone kaartspel. WAT!? Ja echt. In een kaartspel heb je klaveren, schoppen, harten en ruiten. In de tarot heb je staven, zwaarden, bokalen en pentagrammen. In een kaartspel heb je boer, vrouw, heer, in de tarot heb je schildknaap, ridder, koningin en koning. (Ze hebben er inderdaad een vierde personage bij verzonnen, keileuk.) Er zijn ook kaarten die prinses, ridder, koning en koningin hanteren, om het lekker warrig te maken. Daar ga ik nu niet op in, want ik ben al te lang aan het woord. Het ding is, voor alle vormen is iets te zeggen. Over alle vormen is iets te zeggen. Maar over het algemeen gaat de kleine arcana over iets dat met jou en je omgeving te maken heeft. Wat er bijzonder is aan de tarot van Pamela, is dat vóór haar tijd de harten 2 gewoon twee harten waren. Maar zij maakte van harten 2 een kaart waarop twee mensen een stap in elkaar richting zetten met ieder een beker in de hand. Schoppen 5 is een man die verloren wegloopt van vijf zwaarden. Met recht is haar werk dus een ‘mini’-museum. 78 acht-en-zeventig(!) kunstwerken mèt elk een betekenis die verandert zodra er een ander schilderij naast komt te hangen. Hoe gaaf is dat!? Je mag mij zien als de rondleider door dit museum.

De grote arcana gaat over de beweging van binnen naar buiten, de kleine arcana gaat over de beweging van buiten naar binnen. En daartussen hangt een variatie van 78×78. Het mooiste aan de tarot, vind ik, is dat het een gesprek op gang brengt. Niet zozeer tussen de tarotiste en de luisteraar, maar vooral in de bovenkamer van de luisteraar. In een paar kaarten kan er soms net een ander licht geschenen worden op een situatie, kan je net de boel van een andere kant bekijken. Of je krijgt bevestiging dat je iets moet gaan doen waarvan je diep van binnen voelde dat je het moest gaan doen, maar waren de omstandigheden er niet naar, dacht je.

Stop.
Dat is ook waar het voor mij stopt. Verder dan dat ga ik niet. Ik geef geen medische adviezen, ik ben geen psycholoog, geen relatietherapeut. Als iemand komt met vragen over zijn relatie, dan komt alleen het gedrag van degene die bij mij aanschuift boven water, niet dat van de afwezige. Als iemand me vraagt of ze ooit moeder zullen worden, dan kunnen de kaarten alleen aangeven dat de eigenschappen van moederschap aanwezig zijn, niet of de eierstokken het kindje kunnen dragen. Niets staat vast. Alleen…

Dat het kaarten zijn. Gedrukt op dun karton.
Dank u wel voor het ratelen over dit mooie mini-museum. Kom ook eens langs of boek mij, dan maken we er een mooie expositie van.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *