essay

Eerder op de avond heb ik een kwartier lang met mijn hoofd tegen de voordeur geplakt door het spionnetje staan turen. Mijn bel doet het niet, want de kinderen in mijn buurt doen aan belletjelellen en dat is één keer leuk, maar zodra je reageert kom je niet meer van ze af. Een alleenstaande man, vermoedelijk een vluchteling, in het blok achter het mijne was het na een aantal keer zo zat dat hij met een end hout achter ze aan is gekomen en toen kwam het legertje vaders in actie. Tegen de man, niet de kinderen. Welkom in mijn wijk. Ik heb mijn deurbel uitstaan.

Dus ik maak er een meditatiemomentje van. Als ik iets besteld heb en ik weet ongeveer de bezorgtijd, dan ga ik daar staan. In de wereld van het spionnetje is alles bol. Het doet me denken aan muziekvideo’s uit de tijd dat muziekvideo’s nog leuk waren. In de clip ‘Living Doll’ van Cliff Richard and the Young Ones zit ook zo’n stukkie. ‘Take a look at her hair…’ zingt Cliff en Vyvyan schuift door het beeld, ik vond het geweldig. Laatst was er een feestje op het plein en was er een dronken man op skates die voor mijn spionnetje allerlei vormen aan het schaatsen was. Het was de eighties all-over.

Eerder op de avond wachtte ik op mijn sushi-mannetje. Het is traditie geworden dat ik sushi bestel op de avond dat ik de laatste hand leg aan het werkstuk van dat semester. Het eerste semester van het vak essay, het negende semester op deze opleiding. Toen ik mijn werkstuk vorige maand voor het eerst in zijn geheel inleverde kreeg ik dit als feedback. Ik weet me er nog steeds geen raad mee. Ik schaam me dat de feedback van een vorige docent (die ‘really’ in de kantlijn schreef bij een waargebeurd stukje) nog steeds een grotere invloed heeft dan de ‘heel goed’ van deze docent. Terwijl ik me door geen eerdere docent zo gesteund heb gevoeld als door deze.

Dat is nu drie weken geleden. Er moesten nog wat kleine dingen aan veranderd worden, heb nog geprobeerd iets eruit te gooien en iets erbij te betrekken, beetje lopen puzzelen, maar dat voelde niet goed. Waar ik vorige semesters zou gaan voor de ‘toch maar wel’ op het laatste moment, hield ik me dit keer bij wat ik heb. Geen zin meer om aan het essay te werken, waar ik bij eerdere verhalen steeds het gevoel had dat ze nog niet af waren. Dat gevoel heb ik bij deze wel. Het rammelt zoals al mijn teksten en ik sta voor het gerammel.

Omringd door plastic tasjes en bakjes en een visluchtje en wat edamame-flos tussen mijn tanden, drukte ik zojuist op verzenden. Volgende week is de laatste les. Alle vorige verhalen durfde ik niet op deze pagina te plaatsen, maar denk dat ik deze er maar wel op zet. En nu hoef ik voorlopig ECHT niks meer.

Alhoewel… er komen twee hele grote projecten aan. De Bieb Huis 073 gaat weer open en de Bosch Parade opent haar Tuin der Lusten. Bij beide laat ik mijn snoet zien. Buiten spelen. Tussen boeken spelen. Weten dat er zich alweer een nieuw essay aandient. Al is het maar over spionnetjes.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *