Het hoogseizoen is losgebarsten in Amsterdam. Opgaand in de massa bewoog ik me vanmiddag van het Eye Filmmuseum naar de pont om van daaruit naar school te gaan. Als je niet vaak pontjes hoeft te pakken heeft het iets, over water van het ene punt naar het andere reizen. De golven, het geronk van de motoren, de wind in je haar, de gedachten aan de film die je net gezien hebt.
Broken English is de semi-documentaire over Marianne Faithfull, een hevig onderschatte vrouw in de door mannen gedomineerde muziekscene van de jaren zestig, zeventig en tachtig. Ik kende haar alleen van wat zoetgevooisd werk, van haar relatie met Jagger en het nonnenkostuum dat ze droeg naast Bowie tijdens de Midnight Special van 1973. Hij met een opgezette kraai (?) voor zijn kippenborst, zij met een, dat realiseer ik me nu pas, stabiliteit en rust en overtuiging waar je u tegen zegt. Tijdens het schrijven van deze zinnen heb ik het opgezocht en bekeken, want het kwam niet in de film voor. Bowie was een fractie van een seconde te zien. Jim Morrison helemaal niet. Mick Jagger een respectvolle matige hoeveelheid.
Het was niet de doorsnee documentaire, ik weet nog steeds niet goed wat ik ervan vind. Het was namelijk een documentaire waarin geacteerd werd. De setting is een soort herinneringenhuis waar Marianne herinneringen krijgt voorgeschoteld, maar omdat zij zo echt is en de andere figuren zijn figuren, komt het acteren gekunsteld over. Er was een verhaallijntje bedacht waaraan haar leven werd opgehangen, terwijl -volgens mij- het hele doel van de film was om juist alle losse verhaallijntjes die altijd aan haar werden opgehangen door te knippen. Het voelde als een nutteloos trucje, terwijl die vrouw alleen maar echt zat te wezen.
We zaten met tien bezoekers in de riante zaal. Twee liepen tijdens de film weg. Tijdens de film. De eerste die wegliep zat nota bene bij mij in de rij, drie stoelen bij me vandaan. Terwijl er twintig rijen waren van boven naar beneden en minstens 25 stoelen van links naar rechts. Het duurde lang voor ze gesettled was, zat steeds te rommelen met haar ritselende jas en toen peerde ze ‘em. Ik keek haar nog aan van, ‘wat doe je!? Wacht nou gewoon even.’
Je weet natuurlijk nooit wat er speelt bij iemand. Ze had een Indisch uiterlijk en ze was nog geen dertig. Als je je geen raad weet met vrouwen die over drugs zingen, die tot de laatste snik autonoom zijn, dan is dit niet je film. Als je überhaupt het belang van de West-Europese/Amerikaanse jaren zestig en zeventig niet hebt meegekregen, dan is dit inderdaad een beetje veel. Met Tilda Swinton die tussendoor belangrijk zit te wezen, ik weet het ook niet.
Heel kort ben je een groep, jij en de andere toeschouwers van de film. Heel kort beleef je hetzelfde. Dezelfde zaal, dezelfde film. Als iemand hoest: iedereen hoort het. Ik heb een keer in een volle zaal gezeten waar i e d e r e e n spontaan begon te juichen toen Brad Pitt zijn overhemd uittrok. Er zijn meezing-avonden. Het voelde tragisch en een beetje respectloos dat er twee van mijn groep vandaag voortijdig de zaal verlieten. Niet hun best deden om anderen niet te storen, hun ritselende jassen over hun armen bungelend. Alsof ze boos waren. Op Marianne, op de dood van Marianne, op Eye, op de rest van de groep, geen idee. Vind ik daar iets van? Ik hoop dat ze gelukkig zijn met hun statement. De andere acht weten dat er ergens twee mensen rondlopen die niet hebben gezien hoe de makers weliswaar laat maar uiteindelijk toch twee troeven inzetten die alles, maar dan ook alles goedmaakten.
Nick Cave en Warren Ellis. Die Marianne Faithfull benaderden als de magistrale vrouw die ze was en niet als een vat vol herinneringen. Die alle dwalingen van de film deden opgaan in niets. Het was onbegrip in een onbegrijpelijk jasje met een prachtige strik er omheen. Een losgeslagen schip dat vlot werd getrokken. Een rommelige trui met een perfect afgehechte zoom, Zoals altijd: leve de muziek. Leve de muzikanten. Leve Marianne Faithfull. Wat een leven. Vive la Marianne.
