weerstand 1: schaken

Op de terugweg besloten: het wordt een serie verhaaltjes. Alle dingen waar ik weerstand bij voel en toch doe: tikken! Over tijdelijk stoppen met werken heb ik het nu wel genoeg gehad, het volgende ding is schaken.

Als piepjong meisje leerde ik schaken van mijn vader. Wat volgde was een fascinatie voor de stukken en hun bewegingen op het veld, de logica van de warrigheid en de stilte die heerste tijdens een potje. De verhalen van grote schakers, Kasparov, Euwe. De talloze boeken die overal in huis lagen. Ik kan me vaag herinneren dat hij schaakstukken figuurzaagde in de tuin en dat die uiteindelijk ergens met haakjes aan een muur hingen, zodat je een wedstrijd met meerdere mensen tegelijk kon analyseren, weet ik nu. Toen was er vooral de geur van hout, de vormen van die stukken en papa die iets deed wat ik nog niet begreep.
De boeken verdwenen, het schaken ook. Wat moet mijn moeder met haar kunstgebit geknarst hebben toen ik op een dag, Ik was rond de twintig, thuiskwam met de secretaris van een net gestarte schaakvereniging waar ik me bij aangemeld had. Die schaakvereniging bestond uit vrienden die elkaar kenden van de bruine kroeg waar ik werkte, dus of het echt door kon gaan voor schaakvereniging durf ik achteraf niet te zeggen, dat ik binnen drie maanden voorzitter was, zegt waarschijnlijk al genoeg.

Het leuke was wel dat ik mee mocht met wedstrijden, samen met de negen beste spelers van de club. Regel is dat de beste tegen de beste van de tegenstander speelt en ik werd altijd op de eerste plaats neergezet. Kon ik goed spelen? Totaal niet, maar zo werd de beste speler van de tegenstander uitgeschakeld; de beste van onze club speelde tegen de tweede van de tegenstander. Keileuk. Helemaal toen ik bij wijze van experiment een blousje met te weinig knoopjes en make-up droeg. En won. Misschien omdat ik er onverwacht uitzag, misschien omdat ik zo wanordelijk speelde dat mijn tegenstander mijn keuzes niet kon volgen en daardoor stagneerde. Heb ik achteraf spijt? Misschien een beetje. De vereniging verdween, het schaken ook.

De fase van de mantelzorg brak aan. Ondertussen probeerde ik met vallen en opstaan volwassen te worden. Te werken, relaties te redden, vriendschappen te onderhouden. Studies. Cursussen. Met de jaren kwamen er steeds meer scheuren in het al wankele fundament. Mijn vader stierf, Cees stierf, mijn moeder stierf, ik werkte ergens waar tegen me gekrijst werd en toen ik daar weg was en tussen de pillen en de smeersels belandde, in dat veilige team, zei mijn lijf: ‘weet je wat?’ Dikke middelvinger.

Het is bijna een jaar geleden dat mijn favoriete Ier zijn handen onder mijn hoofd schoof, zijn oor vlakbij mijn neus hield, mijn hoofd wat wiegde en toen met een ferme ruk mijn nek brak. Zo klonk het. Het was natuurlijk niet zo, maar het klonk wel echt zo. Als hij me had voorbereid was ik waarschijnlijk in de kramp geschoten en nu niet, hij pakte door en toen ik niet veel later het pand verliet, was het alsof ik zo’n bril op had waardoor mensen met kleurenblindheid weer kleur kunnen zien. Niet meteen en niet meteen intens, maar alsof langzaam kleuren weer tot leven kwamen in mijn hoofd. Voor de lol lezen ging weer. Iedere sessie brengt verandering met zich mee. Stapje bij beetje gaat het ergens heen en toen wist ik: het is tijd.

Vandaag ben ik op bezoek geweest bij een schaakvereniging. Heb ik geschaakt? Ja. Twee potjes met de Spaanse oma van een van de kindsterretjes van de vereniging. Ze heeft me met de vloer gelijk gemaakt. Nee, ik heb zo dom gespeeld dat ze me met de vloer gelijk kon maken. Ik heb een rood vloerkleed aangetrokken en ben als een zeester op de grond gaan liggen: loopt u maar over me heen, por favor. Ik weet namelijk best hoe de stukken zich bewegen, maar dat is het. Hoe je moet verdedigen en aanvallen: geen idee. Wat offeren en wat slachten is: ook niet. Maar ik ben gegaan. Ik was op tijd, heb me netjes voorgesteld, ben stilletjes geweest, afwachtend, rustig. Heb me niet teveel opgevreten over het op-een-na-louter uit mannen bestaande gezelschap waarvan alles boven de 35 niet naar me keek. Toen de leden zich richting wedstrijdruimte bewogen om de indeling te horen, kwam er ook een man van ruim twee meter letterlijk pal voor me staan. Omdat hij me niet zag of omdat hij dacht dat ik toch niet mee zou doen, omdat ik een vrouw ben, geen idee. Prompt werd ik als eerste omgeroepen en moest hij ruimte voor me maken, anders paste ik niet door de deur. Mijn tegenspeelster, die alleen mee was als chaperonne van de kleinzoon en die vooruit, best tegen mij wilde spelen, gaf ook even een blik van, nou nou.
Was het leuk? Nee. Dit stukje heet niet voor niets weerstand. Ik heb me niet op mijn gemak gevoeld tussen de gebreide truien en toen er na de potjes eentje tegen me begon te praten, hield ‘ie niet meer op. Levensverhaal doorspekt met adviezen over hoe je het best het schaken op kan pakken, de typische goede bedoeling. Terwijl ik eigenlijk bij andere spelers wilde kijken, maar ja, ik was nieuw en ik durfde niet zo goed aan te sluiten.
Werd me ook zelfbewust, ik had mijn nette blauwe broek aangetrokken en mijn nette laarsjes aangedaan. Oorbellen. Haar netjes in een knot, geen make-up. Maar toen ik daar was dacht ik, oh ja, ik loop nu wel heel luid en rechtop met mijn schooljuffenhoofd. De verwoestende oma was tenminste een brave 1,50 met net zulk grijs haar als het merendeel van het gezelschap.
Ze irriteerde zich overigens ook aan mijn spel. Grappig dat we niet konden praten met elkaar, maar dat was wel echt duidelijk. Rollende ogen zijn dus internationaal, zuchten ook, oké, weer iets geleerd. Net als dat je een stuk niet mag offeren als je daarmee een waardevoller stuk in gevaar brengt en volgende week ga ik weer. En dan word ik weer ingemaakt. Maar dan ben ik het in ieder geval aan het doen. Schaken.

Op de terugweg herhaalde alle stomme momenten zich als een waterrad door mijn hoofd. Met dezelfde cadans, het geklots, opnieuw en opnieuw en opnieuw. Tot ik even af moest stappen om over te steken. De maan kwam achter een wolk vandaan. Ik dacht aan mijn vader. Die had van alles gevonden van hoe ik mijn eigen Koning klemzette op de andere helft van het bord. Mijn moeder die er iets van zou vinden dat ik überhaupt weer was gaan schaken. Het huwelijk strandde achteraf gezien omdat ze teveel op elkaar leken. En toen realiseerde ik me, wat vind ik er eigenlijk van? Ik vind het stoer. Maar het is wel lekker om nu even iets te doen waar ik wel soort van goed in ben.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *