school en the Roses

Het is begonnen. Voor de derde keer het tweede semester van het derde jaar. Als ik dit jaar niet haal is het exit voor het vak proza. En omdat ik afgelopen twee semesters voor mijn gevoel stukliep op de verbinding met mijn docenten, besloot ik mijn spaarpotje aan te breken en me aan te melden voor twee vakken in plaats van alleen het hoofdvak proza. De kans op twee leraren die niet passen is immers kleiner dan één leraar die niet past. En ik heb nog iets stoers gedaan: ik heb een Cineville-pas genomen. Want ik hou van films, maar zie ze te weinig.


Reken met me mee: ik heb een kortingkaart van de NS. Daarmee reis ik voor 4 uur met korting. Maar als ik voor 4 uur incheck, ben ik om 5 uur in Amsterdam en dan loop ik twee uur te dwalen door de stad. Dat is in de winter niet leuk, dus ben afgelopen jaren best vaak toch maar om 5 uur of zelfs half 6 ingecheckt. Wat een tientje duurder is dan een enkeltje met korting. Maar nu ik die Cineville pas heb, waarmee ik de middagvoorstelling van 4 uur kan pakken, die meestal tot 6 uur duurt, waarna ik op mijn dooie akkertje naar school kan hobbelen… heb ik de perfecte combi gevonden.

Zo stond ik maandag vol goede moed op station Den Bosch. Te kijken naar een bord waar steeds meer rode getallen op verschenen. Vijf minuten vertraging, tien minuten vertraging, kwartier vertraging. Trein werd opgeheven, de daaropvolgende zou rijden. Reed ook niet. Of wel. Met vertraging. Ik zag de film, ik zou naar the Roses gaan, voor mijn ogen verdampen. Wat niet erg was, ik meldde me netjes af, maar ik baalde wel. Benedict Cumberbatch èn Olivia Colman samen in één film? Kom maar op. Maar dat ging dus niet door, dat wist ik op station Den Bosch al. Toch pakte ik de eerst volgende trein die kwam, want je weet maar nooit hoe lang zulk gedoe op het spoor duurt en ik wilde niet te laat komen tijdens de eerste les.

Er kwam een trein, maar die ging naar Schiphol. Prima, dacht ik, pak ik op Schiphol de trein naar Centraal. Maar vlak voor Amsterdam Zuid ging het opnieuw mis. De boel kwam stil te staan, mensen werden ongedurig, er werd gemopperd en ik sloot me af. Oortjes in. Beetje naar buiten kijken. Kiezels, bloemetjes tussen kiezels. Bielzen. De draadjes in mijn jas. De vlekken op de vloer. Best mooi eigenlijk. En toen kwam hij. Bowie. Kut, dacht ik, het is mijn trouwdag. 1 september 2016. Ik klemde mijn rugzak tegen mijn buik en filmde de wolken die tussen de wolkenkrabbers schoven. Niemand in mijn omgeving dacht eraan. Ik ook niet. Of nou ja, ik had er wel aan gedacht, maar wilde er niet aan denken. Dus dan denk je er al aan, maar ik wilde er niets aan doen. Geen idee waarom niet. Opeens voelde ik een beetje paniek. Moest ik er iets aan doen? Moest ik ergens appelkruimeltaart (onze bruidstaart) gaan eten? Was er een Hema met een lunchroom in hartje stad? Haalde ik dat nog voor de les begon? De trein kwam in beweging. Misschien was het maar goed dat ik tijdens mijn aardewerken huwelijk niet naar een film ga over het geweldige koppel dat Cumberbatch-Colman vormt.

Op Station Zuid stapte ik uit en ik nam de metro naar Centraal. Kan ook even naar het Rembrandthuis, dacht ik, die is tenminste ook dood. Ik stapte uit op Waterlooplein, liep naar het museum, wat denk je? Had ik mijn verlopen Museumkaart bij me in plaats van de nieuwe. Over aardewerken huwelijken gesproken: toen brak er dus iets. Kut. Geen film, geen museum, wat nu? Toen ben ik maar gaan dwalen. Het was gelukkig droog. Waterlooplein, grachten. Allemaal spullen die je kan kopen en die niets doen aan de leegte. Ergens een absurd duur frietje gekocht, al etend realiseerde ik me dat ik mijn Museumkaart digitaal als app op mijn telefoon heb, dus ik had gewoon naar binnen gekund en toen lag de hele Herengracht nog voor me. Ik besloot ‘em helemaal af te lopen. Tussendoor beetje appen met een vaag vriendje. Waar uiteindelijk P., mijn klasgenoot van vorig jaar, me zag. ‘Hé Gwen, wat fijn je te zien, hoe gaat het!?’ Nou, ik kon wel janken. Zo blij om een vriendelijk hoofd te zien.

Na het voorstelrondje begon de les Schrijftraining. Ik had mezelf aardig bij elkaar geharkt. En ergens tijdens de les zei de juf: ‘let erop, je kan het beste putten uit eigen ervaringen als je schrijft. Hele erge ervaringen duren zeven jaar voor ze ingedaald zijn’ en toen realiseerde ik me: ja. Verdomd. Ze heeft gelijk. Het is zeven jaar geleden dat mijn leven de zwieper maakte. We moesten een lijstje maken van onze zwakke plekken, alles waar we onzeker over zijn. Dingen waar we niet over mogen schrijven van onszelf. En ik dacht aan hoe humor uit mijn verhalen verdween, de afgelopen twee semesters. Aan hoe ik Cees koste wat kost uit mijn werk houd. Na de les stond P., die die avond een ander vak had, op me te wachten.
‘Volgens mij ben jij iets op het spoor,’ zei hij.
‘Yup,’ zei ik.
‘Het is dan wel geen appelkruimeltaart, maar hier.’ Hij had een koekje uit de leraarskamer gejat.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *