winkelperikelen (7)

Er circuleert een filmpje op het web van de ongeëvenaarde Mr. Depp op bezoek bij Graham Norton, over zijn reis van Lima naar Miami. Hij had vitaminepoeder en opgezette piranha’s bij zich en volledig volgens de verwachting van dit verhaal, moest hij zijn koffer openmaken en, nu komt het, hij illustreerde hoe de zak vitaminepoeder openklapte. Precies op het moment dat de koffer opengemaakt werd door iemand van de douane. Nou dát geluid, precies dat geluid hoorden mijn collega en ik gisteren ook.

Wacht, hier https://www.youtube.com/watch?v=EUjahoSm0uo is dat filmpje. Het is grappig om te merken hoe mijn brein vallende producten registreert. Een pot honing of een fles appelazijn hoef je niet eens te zien vallen, dat hoor je zo al. Honing valt scherp en dof met weinig bereik, appelazijn valt scherp en verspreidt zich meteen over de hele winkelvloer, dus je hoort niet alleen glas breken, je hoort ook hoe het zich verplaatst. Daarnaast hoor je natuurlijk ook de reacties van mensen, bij vallend glas reageren mensen altijd luidruchtiger dan als er een doos met iets of een zak valt. En dan ligt het ook nog aan de inhoud van de zak. Een zakje gojibesjes dat op de grond valt: geen probleem. Je hoort de klap en doet er verder niets aan dan hopen dat de klant het opraapt en terugzet. Kleinere zakjes zijn ook over het algemeen steviger dan grote zakken. Een grote zak pompoenpitten heeft een groter risico van openklappen dan een klein zakje pompoenpitten. Ons brein hoort de klap, registreert wat het is, kijkt hoe de klant reageert en luistert of de klap gevolgd wordt door het geruis van stromende pompoenpitten, glijdend glas, ontsteltenis of stilte.

Bij zout, we zijn bij de kern van dit verhaal aangekomen, is dat nog weer anders. Mijn collega en ik stonden allebei achter de kassa (en dus stond er bij beide kassa’s een rij) toen we achterin de winkel dezelfde poeff hoorde, met dezelfde langgerekte ffff die Johnny Depp in het filmpje demonstreert. Onze breinen registreerden: die zak is open. Een zak zout die op de grond valt en dicht blijft, klinkt namelijk anders. Verschrikt keken we elkaar aan. Poeff klonk het nog een keer. We konden niet weg, er waren klanten die de Nederlandse taal niet machtig zijn en ze hadden vragen. Maar we wisten: er is iets kapotgevallen. Er zijn twee dingen kapotgevallen. En toch, zagen we, zette de mevrouw achterin de winkel een zak zout terug op zijn plek. Op de bovenste plank. Weer keken mijn collega en ik elkaar aan.
‘Uh-oh,’ zei ze.
‘Yup,’ zei ik.

De eerste ter plaatse op de plek des onheils was ondergetekende. Vreemd hoe je eerst de grond inspecteert. Alsof je brein je wil beschermen tegen wat er zich over de lengte, de hoogte en de breedte van de kast heeft voltrokken. Zie je wel, zei mijn brein, het valt hartstikke mee. Stof en blikkertje en het is zo gepiept, niks aan de hand. Maar er lag niet alleen zout op de grond, er lag ook zout tussen de flessen appelazijn. Er lag zout tussen de flessen olie. Er lag zout tussen de zakken spul waarvan ik niet precies wat het is. Zout tussen de potjes citroenzuur. Zout tussen de zakken Keltisch zout. Tot aan de bovenste plank aan toe: z o u t. Fijn, wit zout. De mevrouw, die natuurlijk meteen het etablissement had verlaten (geef toe, dat zouden we allemaal doen), had TWEE zakken zout laten vallen en om de een of andere reden dacht ze dat het een goed idee was om die twee opengeklapte zakken zout terug op hun plek te zetten, terwijl poeff het zout als water uit die zakken stroomde. Christmas came early this year.
‘De anti-roos shampoo staat in die kast, mevrouw…’ zei mijn collega, die naast me kwam staan.
‘Yup,’ zei ik.

Na enige momenten van overpeinzing en het verdelen van taken, ging mijn collega verder met haar dagelijkse taken in de buurt van de kassa, terwijl ik me ontfermde over de motherload. Ik boekte de twee kapotte zakken zout af, haalde de stofzuiger uit de kelder en begon eerst van beneden naar boven het ergste op te zuigen om vervolgens de zakken van de bovenste plank weg te halen, de plank schoon te maken en de zakken weer op hun plaats terug te zetten. Vervolgens door naar plank twee en drie en verder. Maar omdat ik net niet bij de bovenste plank kon met de stofzuiger, moest ik met stofzuiger en al op het krukje gaan staan. Wat moest dat moest. Stiekem hou ik van dit soort klusjes. Dus ik stond op mijn tenen, op een krukje met een loeiende stofzuiger onder mijn arm geklemd zout te zuigen, hopend dat de stofzuigerslang en/of het -snoer niet allerlei flessen omver zouden trekken, toen er letterlijk uit het niets een beeldscherm half tegen mijn kin werd geduwd.
‘WHERE IS THIS?’ What the hell? ‘WHERE. IS. THIS?’ Waarop ik eerst de stofzuiger uit moest zetten, van het krukje af moest stappen zonder op de tenen van de klant te belanden, want hij stond HEEL dichtbij en dan moest ik ook nog de stofzuiger aan de kant zetten, want klanten die stofzuigers en snoeren niet zien hebben de beste advocaten. En toen ontdekte ik ook nog dat mijn collega op dat moment achter de kassa stond en een slokje van haar koffie nam en dus gewoon haar handen vrij had.

Einde.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *