Afgelopen weken ben ik kopje onder gegaan in online masterclasses. Succesvolle vrouwen die bij grote merken werkten en stuk voor stuk de grote sprong in het diepe hebben gewaagd en nu zelfstandig zijn, dikke knaken verdienen, delen hun grote geheim in een taal waarvan ik heel blij ben dat ik die niet hoef te spreken.
Ik moest serieus opzoeken waar de k van 10k voor staat. Dat soort bedragen zitten zo niet in mijn taal. Maar dat is wel wat je moet willen, tien KAA op je rekening. Netwerken. Klanten binnenharken. Gelukkig konden de andere deelnemers mij niet zien, anders hadden ze heel wat vraagtekens rond mijn hoofd zien dwarrelen.
Wat ik wel geleerd heb is dat ik helder moet communiceren wat ik te bieden heb. Een menukaart als het ware, hm. Ik klom in de pen, gewoon op papier, krabbelde wat, maakte een lijstje van alles wat ik kan en zette hier en daar hekjes om de dingen heen en er ontstond een structuur. Wat hou ik toch van schrijven, ik geloof echt dat het de geest ordent. Het ordent in ieder geval mijn bedrijfsplan. Want de simpelste ordening is de hoeveelheid papier. Teksten kunnen een half A4’tje zijn en die kosten over het algemeen minder tijd dan een roman die in de steigers staat. Terwijl ik allebei de teksten belangrijk vind. Size doesn’t matter. Not for me. Kom maar op met je tekst.
Ding is, ik vind sommige woorden lelijk. Pakket bijvoorbeeld. Terwijl in de masterclass (ook zo’n lelijk woord) het woord pakket regelmatig viel. Klanten kunnen kiezen voor pakket A of pakket B. Maar ik bied geen pakketten aan. Wat ik doe past niet in een kartonnen doos en ik ga je ook zeker niet dicht-tapen met breed plakband. Gefrustreerd verliet ik mijn torenkamertje, zette een pot thee en keerde terug. Zette een wekker. Ik mocht van mezelf een uur dwalen op Wikipedia, ik hou van Wikipedia. Veel klopt niet, geen idee wat er allemaal niet klopt, maar je kan er wel terecht voor prachtige startschoten. Voor net dat beetje richting. Inkt. Papier. Schrijvers. Er kwam van alles voorbij.
Inkt was me te technisch, papier niet leuk genoeg om te vertellen (bovendien, het beste boek óver papier bestaat al ‘Papyrus’ van Vallejo) en bij schrijvers kreeg ik spontaan een existentiële crisis. ‘Welke schrijver koppel ik aan welk pakket’ braak en omdat ik Nederlands schrijf, zou ik Nederlandse schrijvers moeten gebruiken en nee zeg, dat streek me zo hard tegen de haren in. ‘Heeft u liever een Mulisch of een Campert?’ ‘Ik kan er best nog een Reve tussen squeezen deze week.’ Dat kan niet, jongen! Bovendien weet ik als geen ander hoe gevierde schrijvers angst inboezemen bij beginnende schrijvers en dat is precies niet wat ik wil. Pennen dan? Pennen!
Bíró is de maker van de balpen. Parker en Waterman ken je. Uitvinders. Pennenmakers. Joehoe! De meest concrete tip na al die masterclasses is uitgevoerd. Ik pen dus ik ben.
Update 9 mei: ondertussen heb ik een marketingboek gevonden waar ik wèl iets van waarachtigheid in voel en al lezend realiseerde ik me dat er nog een schooljaar aankomt en een drukke zomer op mijn werk. Het laatste waar ik nu tijd voor heb is een grote schrijfopdracht! Dus ik heb de drie pakketten braak veranderd in één behapbaar pakket. Met de lekkerst schrijvende pen. Lamy.
