dyslexie

Een twintiger in mijn omgeving die ook in de derde zit, is om zich heen aan het kijken voor stageplaatsen en potentiële werkgevers. Omdat ik in mijn twintiger jaren vooral aan het werk was als Ooiter en mantelzorger, is die hele fase van mezelf op de arbeidsmarkt presenteren volledig aan me voorbijgegaan.

Ik spiek voor mijn gevoel een beetje bij mijn fellow derdejaars en reflecteer stilletjes met hem mee. Niet dat mijn opleiding zoveel perspectieven biedt, je kan je niet voorstellen wat voor ellebogenwerk erbij komt kijken in de literaire wereld. Natuurlijk lijkt het me fantastisch als straks een van mijn boeken gebonden en wel bij Adr. Heinen belandt of als een kort verhaal in een blad verschijnt, maar er is meer. Ik zit ook nog met een bijna dwingende liefde voor taal en een zorg over de toestand van deze parel van onvermogen.

In die wirwar van gevoelens heb ik laatst de fout gemaakt ergens op te klikken op Facebook. Iemand bood een gratis online seminar aan over het uitbreiden van je bedrijf en ik dacht, nooit geschoten. Ik klikte, gaf mijn mailadres op en kreeg een paar dagen later een link naar, inderdaad, een online masterclass. Waar ik braaf naar luisterde onder het genot van een flinke pot thee, pen en papier in de aanslag. Aantekeningen gemaakt, veel geleerd. Maar sindsdien… Facebook bestaat op dit moment alleen maar bestaat uit vrouwen die binnen een maand 10k op hun rekening hadden staan omdat ze dit en dit deden. En AL die vrouwen willen dit unieke geheim met me delen. Waarop ik, in een vlaag van verbijstering, in het wildeweg overal waar ‘gratis’ bij stond aanklikte. Als ik zo nodig over een tijdje zelfstandige moet worden, dan kan maar beter goed beslagen ten ijs verschijnen. Als een lawine vulde mijn inbox zich met nieuwsbrieven over strategische mindsets die ik eigen moet maken en sindsdien slinger ik van online masterclass naar online masterclass.

En tijdens al die online masterclasses kijk ik af en toe over mijn laptopje naar een foto van Cees. Die zo dyslectisch was als de pest en daar pas rond zijn veertigste achterkwam. Daarvoor kon hij vooral niet goed meekomen op school, timmerde hij nou eenmaal niet zo hoog. Een overtuiging die hem er, zonder dat hij het zelf doorhad, van weerhield naar het conservatorium te gaan. Of zelfvertrouwen te kweken.

Op een dag wandelden we door de Biesbosch. Het was druilerig weer, alles was grijs. We volgden het slingerpad langs weilanden, diep weggedoken in onze kragen. Ik mijmerend, hij zacht hummend, soms rokend. Aan de andere kant, in de verte, liepen twee mensen. De ene droeg een FELrood regenpak, de ander een FELgele. Het contrast was immens. ‘Kijk,’ zei Cees, ‘ze dragen voor-schut-kleuren.’

Je begrijpt dat ik niet meer bijkwam. Ik lag letterlijk op mijn knieën op het fietspad van het lachen. Het pijnlijke was dat hij dacht dat ik hem uitlachte. In zijn hoofd had zich een kronkel voorgedaan, een fout, en die had hij gewoon uitgesproken. Pas toen hij eindelijk begreep dat ik hem niet uitlachte, maar moest lachen om de wonderbaarlijkheid van die kronkel, van het ontstaan van een nieuw woord, want dat was het voor mij, ik was getuige van het ontstaan van een nieuw woord, viel er een kwartje. Voor schut lopen, beschut lopen, schutkleur. Dat ging allemaal in de mixer en zo had hij zo vaak van dat soort idiote combinaties die tot mijn grote spijt al lang niet meer voorkomen in mijn geordende brein. Ik kreeg de onzekerheid er helaas niet uitgeknuffeld. Maar hij keek me zo tevreden aan vanachter mijn laptop. En plok, daar viel het kwartje.

Je zal maar door een unieke bedrading in je hoofd schaamte voelen over taalgebruik. Je zal taal maar uit de weg gaan omdat anderen en of jijzelf zeggen dat het niet goed genoeg is. Man. Dat is ronduit klote of niet? Dat je een prachtig werkstuk maakt, maar het wordt afgekeurd omdat je spelfouten hebt gemaakt of omdat je zinnen niet mooi worden gevonden. Is het dan niet handig als er iemand is tegen wie je kan zeggen, kijk effe mee? Ik ga hier eens induiken. In een wereld die inmiddels ver bij de mijne vandaan ligt, omringd als ik ben door nog ergere taalfanatici dan ikzelf. Toch eens een balletje opgooien in mijn omgeving.

Comments

  1. Ella van der Most zegt:

    Een van mijn beste leidinggevenden was een vrouw die zo dyslectisch was dat ze echt nauwelijks kon lezen. Zij leerde alles, Alles uit haar hoofd. Ze moest alles onthouden van zichzelf. Wat heeft haar dat veel energie gekost! Wat heeft ze op moeten boksen tegen alle vooroordelen, minachting, onbegrip!
    Gelukkig trouwde ze een fijne vrouw, die het van haar overnam als er echt iets op papier gezet moest worden,
    Maar die energie, Gwen. Wat zal het ook Cees veel energie hebben gekost, Wat een impact heeft het gehad op zijn leven. Wat mooi dat jij hem hebt kunnen laten zien dat hij met die andere bedrading juist ook een prachtig hoofd had!

  2. Erwin zegt:

    Lieve Gwennepen,
    Het verhaal over Cees is zo herkenbaar. Als leerkracht zie ik kinderen, die moeite hebben met taal, enorm worstelen met de kracht vinden van zichzelf. Daar waar ze zelf goed in zijn is niet te meten in een CITO o.i.d., wat de onzekerheid niet beter maakt. Ik probeer deze kinderen dan ook gerust te stellen dat ze goed zijn zoals ze zijn. Al helemaal geslaagd, op hun 10 levensjaar.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *