47 (1)

Voor wie net ingeschakeld is, ik heb iets met het getal 47. Het zit zelfs in mijn Instagram-account gwennepen1847. Dit zit erachter: in 2010 werkte ik in het Spoorwegmuseum als actrice tijdens de expositie Royal Class.

Ik mocht daar o.a. de rol van Dagmar van Denemarken op me nemen, een Deense (joh) prinses die uiteindelijk trouwde met de tsarevitsj van Rusland, die weer de vader werd van de laatste tsaar. Haar levensverhaal (en haar persoonlijkheid) bleven ook na de expositie aan me kleven en inmiddels, veertien jaar later, bestaat net iets minder dan de helft van mijn bibliotheek uit Russische boeken. Niet dat ik ze allemaal gelezen heb, maar van sommige boeken voel je gewoon dat je ze later nog een keer nodig hebt. Helemaal als er een romanschrijver in je aan het ontwaken is die op haar beurt publiekelijk flirt met bovengenoemde keizerin. Stukje bij beetje groeit er een verhaal, stukje bij beetje groeit mijn verzameling. En ja, dit is ook meteen een verzoek: als je Russische dingen hebt en je wil er for obvious reasons vanaf: kom maar door met je spul. Boeken, matroesjka-poppetjes, plaatjes, lp’s, kom maar. Ik wil je meuk een thuis bieden.

Zoals je begrijpt laat ik me niet uit over de politieke situatie van het land. Niet hier. Niet alleen omdat dit niet het medium is, maar ook omdat ik er de woorden niet voor heb. En ik heb o v e r a l woorden voor. Misschien ben ik juist zo gebrand op Russische dingen omdat ik het wil begrijpen. Het probleem is, een beetje net als met het universum, hoe meer ik me erin verdiep, hoe meer boeken ik lees over de geschiedenis van dit wonderlijke land, hoe noodlottiger het voelt. Daar kan mijn Hollandse brein niet bij. Gelukkig gaat dit stukje niet over Rusland, maar over het getal 47. Dagmar van Denemarken is in 1847 geboren. Honderd jaar later, in 1947, zagen zowel David Bowie als mijn vader het levenslicht. Dus ja, ik heb iets met 47.

Sprongetje naar afgelopen week. Bij mij op school, met name in de hogere klassen, heerst toch wel de debutantenkoorts. In die zin, je streeft ernaar te debuteren met iets fraais. En debuteren houdt in: bij een erkende uitgever (dus niet een zaak die op verzoek op de print-knop drukt) iets laten maken dat in een boekwinkel belandt. Wat inderdaad een ontzettend bijzonder iets is. Het ding is, been there, done that. Ik lig met mijn debuutbundel in de koninklijke bibliotheek en dat voelt zo rond en zo compleet… en de boekenwereld is zo verzadigd op dit moment, er komen jaarlijks honderden boeken uit, kringloopwinkels hanteren een selectieprocedure wat betreft boeken… snap je? Ik hoef niet zozeer afgedrukt te worden. Ik wil vooral dat mijn verhalen de wereld ingaan (dankzij dit weblog: vink) en dat ik mensen stapjes vooruit kan helpen met taal an sich of met hun verhaal. Als een soort ChatGPT, maar dan van vlees en bloed.

Wat ik zo mooi vind aan mei -en dat begint al in april- is dat na iedere bui de wereld groener en groener wordt. Het heeft iets magisch, voor de zoveelste keer door een zoveelste bui fietsen, maar niet koud tot op het bot aankomen op de plek van bestemming. Dat je neus koud aanvoelt, maar je voeten lekker warm zijn. Dat je een fris gevoel hebt. Dat het bijna jammer is dat je je regenjas uit moet trekken. Ik word er altijd een beetje chauvinistisch van. Met mijn Hollandse kop door de regen, op mijn fiets zónder fucking batterij. Tegen de wind in ploeterend, over nette fietspaden. Leve de tsaar, ik bedoel, leve de koning.

Met mijn knot op half 11 en hemelwater gutsend van mijn capuchon, maar tot op het bot tevreden, fietste ik afgelopen week de stad uit richting Vught. Over een met de seconde groener kleurende Vughterweg. Het was schitterend. Mijn gedachten dreven weg naar decennia, eeuwen en millennia voor ons dat mensen hun woonstede verlieten na barre winters en weer naar buiten keerden. Stram wellicht, na zo lang binnenzitten bij het vuur.
Via een Facebook-oproep raakte ik in contact met een loopbaanbegeleider die wel eens met mij wilde bomen over kansen op de arbeidsmarkt als schrijver en taalliefhebber. Ik dank de hele boel op mijn blote knietjes dat ik niet echt om werk gelegen zit of zeg maar gerust echt niet. Maar ik zit in het derde jaar van mijn opleiding en op gewone scholen ga je rond deze tijd wel aan de slag met je toekomst. Uit pure nieuwsgierigheid greep ik de kans.

Alleen zou ik mezelf niet zijn als ik met opgewekt gemoed zou vertrekken en op driekwart van de reis zou realiseren dat ik niet het precieze adres weet. Verdomme. Ik wist ongeveer waar het was, namelijk in de buurt van het Heetmanplein, maar waar precies… Het regende pijpenstelen en ik had net een nieuwe telefoon, dus ik stapte af, zocht een grote boom en probeerde, voorovergebogen het mailtje te zoeken waar de informatie in stond.

Een dame liep voorbij. Ze stak de brug over en verdween halverwege. Er is daar een trap naar beneden, naar een trekpontje naar het Bossche Broek. Ze droeg sneakers. Het regende pijpenstelen en ze droeg sneakers. Heel tevreden, met een soort huppeltje, nam ze de stap naar de trap. Was ik niet ook zo? Van het juist naar buiten gaan als het regent? Van net zo lief door de modder als in de zon? En het mooiste van alles, ze droeg een doorzichtige paraplu. Opeens daagde het me dat je met een doorzichtige paraplu alles kan zien. Haar paraplu was lang en bol, ze kon hem voor best een flink deel over haar gezicht trekken, als een soort wandelende kas of een omgekeerd terrarium. Met zo’n uitzicht maakt het ook niet of je voeten nat worden of niet dacht ik, die drogen vanzelf wel weer. Waar moest ik ook alweer naartoe?

Naar nummer 47.

’Je begrijpt dat ik je vragen moet stellen waar je misschien het antwoord al lang op weet, maar misschien ook niet. De komende drie gesprekken gaan we uitzoeken wat het best bij je past als je werkzoekend zou zijn. Naast natuurlijk letterlijk betaald worden voor het schrijven van je boeken. De volgende vraag moet je meteen beantwoorden. Niet nadenken, gewoon het eerste wat in je opkomt. Wat zou je nu het liefste willen.’
’Een doorzichtige paraplu!’ Ze schoot in de lach. ‘Russische boeken!’ Vervolgde ik. Maar dat was niet wat ze bedoelde.

Bovenstaande foto is een fotootje van mijn hoofd geknipt en geplakt op een prent van de Hare Keizerlijke Hoogheid Maria Feodorovna. Het laatste wat ik nodig heb is dat ze zich gaat roeren op dit moment, ben veel te druk met het overgangswerkstuk, maar het is mooi dat er heel af en toe een knipoogje komt. Een knipoogje in de vorm van 47.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *