Yup, daar gaan we.
Wat is het tegenovergestelde van één uit duizenden? Duizenden van één? Misschien is dat juist de charme van mijn werk. Een winkel, onderdeel van een keten in huidverzorging en voedingssupplementen. Met een relatief lage drempel, in een redelijk internationale stad. Daar komt dus van a l l e s over de vloer en mijn collega’s en ik spreken de helft van de tijd Engels bij gebrek aan Chinees en Indisch.
Het voordeel van deze moderne tijd is dat de telefoon alles vertaalt. En omdat veel van onze klanten blijkbaar gebukt gaan onder tijdsdruk, geven ze er de voorkeur aan hun telefoons meteen bij binnenkomst onder onze neuzen te duwen. Waar wij al naar gelang de stand van onze pet op reageren. Zo gierde een van de collega’s laatst luid GOODMORRRRNING tegen iemand die geen goedemorgen zei. En we hebben collectief afgesproken dat als het niet een plaatje is (van een product) waar we mee geconfronteerd worden, maar met een gesprekspartner aan de andere kant van de wereld, dat we ook praten alsof diegene aan de andere kant van de wereld zit. Dus luid en langzaam. Ikzelf vind het heel leuk om, als ik een telefoon in handen gedrukt krijg, te zeggen dat we een tunnel inrijden en vervolgens op de rode knop te drukken.
De truc is om niet meteen plankgas ironie te gaan, maar de situatie eerst te laten pruttelen. Daar komen de mooiste dingen uit. Zo ontmoette ik afgelopen week een meneer die gehaast zoekend op zijn telefoon de winkel binnenkwam. Hij maakte oogcontact, lachte vriendelijk en liep op me af. Of ik dit had. Ik keek. Een potje met een roze wikkel, met op de wikkel een voor mij onbekende vrucht omringd door een voor mij onbekend alfabet. Cyrillisch herkennen ik nog wel, maar verder dan dat gaat het niet.
‘Do you know what it’s for?’ vroeg ik. Want dan kan ik de klant in ieder geval meetronen naar de betreffende kast, misschien dat er iets vergelijkbaars te vinden is, iets wat er op lijkt. Maar helaas, de man wimpelde mijn vraag weg.
‘No no,’ zei hij en vergrootte met twee vingers het plaatje op de wikkel. De onbekende vrucht werd vager, inzoomen haalde niets uit.
‘Do you know what’s in there?’ vroeg ik, in een poging hem te helpen.
‘My friend,’ zei hij en daar ging het mis. Achter me sputterde mijn collega door haar neus. Niet omkijken, anders ga je zelf ook om, maar ik kon het natuurlijk niet laten.
‘Your friend is in this product?’
‘Yes.’ Blij tikte hij op het scherm, die ziel dacht dat ik hem begreep, maar de verwarring werd alleen maar erger.
‘Is it a herb?’
‘No.’
‘Is it a vitamine?’
‘No no, it’s my friend.’
‘Is it for the head?’ Ik tikte met mijn wijsvinger tegen mijn voorhoofd, mijn collega verdween achter het kassablok. ‘Stomach maybe? Muscles? Or is it FOR your friend?’
‘No no not FOR my friend,’ ah, we leken elkaar halverwege te treffen. ‘This IS my friend.’
‘Are you sure?’
‘Yes.’ Hij tikte nog een keer blij op zijn scherm. Het roze potje schoot weer terug naar een whatsapp-gesprek.
‘Ahhhh… then we don’t have it. It looks good, but we don’t sell your friend.’
‘Ohhhh jammar‘ zei hij op zijn beste Nederlands. We lachten naar elkaar, hij zei gedag.
Dit sloeg nergens op. Maar hij vertrok tevreden en dat was ook wat waard.
