Het was een soort domino-effect. Toen ik eind vorige maand een mes smeedde bij een vriend van mij en daarna naar huis werd gebracht door een mede-cursist die in de theaterwereld zit (houdt u het nog bij?)… en ik hem vertelde dat ik Schreef en dat hij vervolgens, logisch, vroeg waar mijn werk te lezen was… en ik tot mijn grote schaamte ‘nergens’ moest antwoorden… viel er wel een héle ongemakkelijke stilte in de auto.
Voor het gemak telde ik Facebook niet mee natuurlijk, ik wilde professioneel overkomen, maar buiten Facebook is er gewoon nergens niks niet te lezen van mij. Er ligt een gedichtenbundel in de Koninklijke Bibliotheek en een aantal vrienden heeft een dikke pil in de kast staan van mijn hand, maar verder is alles huiswerk. En dat ligt achter slot en grendel. Mijn gezelschap keek me aan met fonkelende ogen. ‘Er gebeurt iets bij jou,’ zei hij. ‘Nogal,’ zei ik.
Een dag later plaatste ik een smeekbede op Facebook, wie er zin had om een site te bouwen. Duncan reageerde. Ik ken Duncan uit mijn tijd als boogschutter in een lief museum aan de rand van Eindhoven, dus naast dat ik het fijn vond hem weer te zien, wist ik ook wat ik aan hem had. Hij kwam langs, liet me de mogelijkheden zien en we staken een kaarsje aan. Voor de weg die voor ons lag. Wat volgde was niet eens een heel gedoe. Ik verwachtte een hoop heen-en-weer geroeptoeter over wat ik wil, maar als je met iemand kan lezen en schrijven, dan heb je niet veel te lezen en te schrijven. Dan klopt het gewoon.
Maar met een site alleen was ik er nog niet. Mensen willen zien wat je doet, wie je bent. Je moet een kop hebben. Ze willen zien met wie ze zaken doen. Dus ik trok Davey aan zijn mouw. Davey ken ik ook van dat museum en hij heeft een goed oog. Of hij mijn foto’s wilde maken. Eerlijke foto’s, zei ik. Ze hoeven niet mooi of gefilterd. Binnen een minuut hadden we een datum geprikt. Mes smeden, noodkreet, foto’s. Doorpakken, regelen.
Anderhalve week later stonden we bij de afdeling Muziek van boekhandel Heinen. Het voelde overigens niet als anderhalve week, dat kan ik je wel vertellen. Het is alsof dit hele eerste kwartaal voorbij tuimelt. Hoe dan ook. We mochten voor de winkel openging al naar binnen. Hij en ik. Hij met zijn camera, ik in chic zwart. Zoals dat heurt met schrijvers. Haren netjes, niet teveel make-up. Hakken. Bosch’ ochtendgloren piekte door de ramen van de stoffige zolder en klik klik klik zei de camera. Wit stof pakte zich samen op mijn oh zo nette zwarte rok. ‘Kom, we gaan nog even naar buiten.’ Schaapachtig volgde ik. Mijn hakken: tik tik tik. Bij een boom: klik klik klik. Op een wal: klik klik klik.
‘Tadaa…’ appte Duncan begin vorige week. Het is deze dagen niets anders dan werken, huiswerk maken, eten, slapen, herhaal. Waarop ik blij was dat ik zat, want het was alles wat ik zocht in een site. Alles. Aanbod, geouwehoer, een contactformuliertje. Wat misschien wel de missie is van deze nieuwe onderneming. Helpen en kletsen. En nu ga ik toch eens die meneer met wie ik samen de smeedcursus deed opzoeken. Om hem te bedanken, voor die kutvraag die alles in beweging zette.
