bereikbaarheid

De laatste keer dat ik een werktelefoon had regende het binnen een week piemels van onbekende mannen. Dat plus een onzekere huisgenoot, maakte dat ik stopte met publiekelijk bereikbaar zijn. Wat op zich niet erg was, daarnaast werkte ik ook gewoon in een winkel, dus qua inkomen en vooral qua rust thuis was het de betere beslissing. Dit was, wat zal ik zeggen? Vijftien jaar geleden.

Inmiddels zit ik in de fase dat ik eerder verveeld zucht van de al dan niet symbolische piemels van onbekende mannen en op Instagram leer ik hoe je mensen die zich ongepast gedragen op ludieke wijze aan de schandpaal nagelt, dus in plaats van zorg en zenuwen, heb ik nu de neiging mijn mouwen op te stropen. De behoefte om bereikbaar te zijn is groter dan in staat zijn onder de indruk te raken van hanen en bavianen.

Met dit in het achterhoofd stapte ik vorige week de telefoonwinkel in. Een jongeman hielp me binnen een half uur aan een nieuwe telefoon, het goedkoopste exemplaar en het goedkoopste abonnement. Met een nieuw nummer dat ik overal onder ga plaatsen, die vrij gedeeld mag worden onder woordworstelaars. Problemen met een tekst? App me. Vraag over tarot? App me. Je droomvacature gevonden, maar niet goed met onder woorden brengen wat je te bieden hebt? APP ME! Dit is shit die je niet op school leert, maar soms heb je geen tijd voor een proces van vallen en opstaan, soms moet het gewoon verdomme goed zijn. Dus app me!

Al is het dan wel handig als je weet op welk nummer. Ja, dat is dus het ding, de bezorger komt tussen 8:00 ‘s ochtends en 22:00 ‘s avonds. Een heerlijke hiaat in de dag of zeg maar gerust, dat is de dag. Ik heb alles in huis gehaald om als een kwispelende hond voor het raam te liggen en ik heb gelukkig genoeg om over te mijmeren, met name over de reden van de nieuwe telefoon.

Vorige week zaterdag, tijdens de prijsuitreiking, raakte ik aan de praat met een mede-schrijfster. We kwamen op het fenomeen redactie. Zij heeft meer met schrijven, ik meer met redigeren, of nou ja, het wisselt waar ik meer mee heb. Schrijven doe ik alleen of in bijzondere gevallen met klasgenoten, redactie doe je altijd met iemand anders die zijn ziel en zaligheid in jouw handen legt.
Ik vind daar wel iets van, over het vertrouwen dat die ander je geeft. Maar wat ik dus vaak hoor en zelf ook ervaren heb, is dat een redacteur soms wat afstandelijk met je werk omgaat. Zakelijk, professioneel. Wat ik overigens begrijp, er moet een vertaalslag gemaakt worden naar de markt, maar nu ik dit werk nog niet op professionele basis doe… houdt niemand me tegen om het op een andere manier aan te pakken.

Tijdens het gesprek kwam ik op de beeldspraak van de gekke tante. Als de tekst je kind is en jij de ouder (ik maak hier geen onderscheid in wat voor tekst) dan wil ik er zijn om je met onconventionele aanmoediging zover te krijgen dat je tekst boven zichzelf uitstijgt. Ik ben dus niet de ouder, als je iets doet waar ik het niet mee eens ben, moet je het helemaal zelf weten. Als ik er niks mee kan krijg je het ook te horen. Maar de gekke tante… dat beeld sprak me aan.

Mijn oma aan vaderskant had een zus, we noemden haar tante Riet. Tussen de oorlogen in danste ze op hoog niveau en de jaren daarna was ze secretaresse van mannen in dure auto’s. Een achterneef van mij (een volle neef van mijn vader) vertelde eens dat tante Riet aankwam bij een verjaardagsfeestje van hem of zijn zusje. Ze werd afgezet door haar ‘baas’ en ze stapte die auto uit met de sierlijkheid van een ballerina, lange benen in een bijpassende netpanty. Bontjas, want dat kon toen nog. Je hoort ‘Rhapsody in Blue’ van Gershwin. Tegelijkertijd rookte tante Riet als een schoorsteen (sigaretjes in een houder natuurlijk) en was ze niet vies van een stevige borrel. Ze was de eerste vrouw die ik hartstochtelijk hoorde godverren. Toen mijn ouders uit elkaar gingen bleef ze koppig contact houden met mij en mijn moeder. Toen ze op haar laatste dag in elkaar zakte op een parkeerplaats en eerste hulp toegediend kreeg, verkocht ze de hulpverlener een hengst en meldde stijlvol dat ze niet gereanimeerd wenste te worden. Epische laatste woorden.

Hij kan er ieder moment zijn, de meneer of mevrouw met mijn telefoon. Het is prachtig weer en mijn bel is kapot, dus ik heb een briefje op de deur geplakt. Maar met een beetje geluk zie ik de bezorger aankomen en heb ik de deur al open voor er ook maar aangebeld wordt. Toch grappig hoe mijn straatje eruit ziet door het spionnetje, wat een leuk woord eigenlijk. De bakstenen van de overburen golven en de lijsterbes voor het hoofd lijkt zijn buik in te houden. Willen de mensen die me volgen eigenlijk wel weten wat er allemaal door me heengaat nu ik bij de deur sta te wachten? Ach nou ja, ik ben niet voor niets de gekke tante van het tekstloket. Jullie doen het er maar mee.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *