luchtje

Twee keer per week wordt de vracht geleverd. Dan rolt een meneer vier tot vijf grote kooihekken naar binnen vol met dozen, kratten en andere spulletjes. Strak georganiseerd verdelen we de spulletjes over de winkel, vitaminen, huidverzorging, shampoos, thee, honing en ieder heeft zo zijn eigen favoriete hoekje.
Om de een of andere reden is het erin geslopen dat mijn collega’s altijd de etherische oliën apart houden voor me. Moet gezegd, ik vind geuren hele interessante materie, ik ben immers ook de trotse bezitter van het Aromecum (de etherische bijbel), en ik vind dat gepriegel met die kleine flesjes best leuk, zoals ik thee bijvullen de huidverzorging spiegelen ook leuk vind. In principe. Maar omdat het een Ding werd, werd het ook daadwerkelijk een ding. Gwen doet de etherische oliën en bij ieder rijtje flesjes dat opgeduikeld wordt, maak ik een dansje. Ik weet alleen niet meer of het dansje er eerder was dan het ding of het ding eerder dan het dansje, maar goed. Het is heerlijk om op mijn hurken voor het schap te zitten en de puinhoop te zien veranderen in een strak veld van flesjes met de wikkels precies op de goeie manier.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik op mijn hurken soms best worstel met intrusive thoughts. Die term kende ik al wel, maar vandaag kwam het ter sprake toen ik A vertelde van een klant van gisteravond. Een oudere dame die van alles vroeg over houdbaarheidsdata en waarom alles zo verdomd duur was geworden de laatste tijd.
‘Je zal me vast heel vervelend vinden,’ zei de oudere dame.
’Neeeee hoor,’ riep ik met dezelfde passie waarop zij onze prijzen bekritiseerde.
In mijn ooghoek articuleerde mijn collega overduidelijk L E U G E N A A R.
Intrusive thoughts zijn het duveltje in tekenfilms op de schouder van het personage en die heb ik dus ook als ik met die kleine glazen flesjes bezig ben. Wat gebeurt er als ik er eentje laat vallen? Hoe ziet een plas etherische olie eruit? Hoe krijg je dat schoon? Wat doet het? Hoe voelt het? Gelukkig zijn de makers van etherische oliën niet achterlijk. De flesjes zijn van dik, bruin glas en ze hebben een symbooltje van een dooie vis op het etiket. Dus steeds als ik er eentje laat vallen, giert de stress door mijn lijf, want ik weet het. De toepassing van etherische olie is immers twee, maximaal drie druppels in een lampje of in een bakje water in de vensterbank. Ik weet hoe verdomd geconcentreerd dat spul is. Het is toxisch als de neten. En toch heb ik die gedachten. Al, hoe lang werk ik al voor dit bedrijf? Zeven jaar, plus een aantal jaar bij kleine en of grote concurrenten, dus alles bij elkaar een jaar of tien. Dit is exclusief de eigen tijd die ik besteedde aan het bestuderen.

Vandaag kreeg ik antwoord op die intrusive thoughts. Jij voelde natuurlijk ook al lang dat dit verhaal ergens heen ging en wel naar een regen van bruine, flinterdunne scherfjes. Een vriendelijke man rekende een flesje pepermuntolie af en, ja hoor, hij liet hem uit zijn handen vallen. Pats, klonk het. Het klinkt wel vaker pats, maar meestal blijven de flesjes heel.
‘Is ‘ie nog heel?’
‘Nee hij is echt heel erg kapot.’ Ik liep om de toonbank heen, in die tijd bukte hij, pakte het flesje op en ik zag: oh, het ziet er gewoon uit als water. Oké, zei mijn brein, dat komt goed. Water opruimen kan ik. Jubelend liep ik naar achteren en vertelde M dat ik eindelijk antwoord had op mijn existentiële vragen over etherische olietjes. Ik pakte stoffer en blik, liep terug de winkel in om op te ruimen en toen was het alsof iemand het geluid uitdraaide. Een grote glazen stolp over de winkel zette. En de zuurstof eruit zoog. M en ik begonnen zo snel mogelijk de troep op te ruimen, namen het halve lege flesje van meneer over, gaven hem een nieuwe, boden aan dat hij zijn handen kon wassen, wat hij niet wilde, moest hij niet even helpen vroeg hij, nee hoor, we hadden alles onder controle en hij verliet de winkel.

Overal lagen scherven. M ging op jacht met stoffer en blik terwijl ik met een emmer en veel zeep een poging deed de boel op te ruimen. Het ging aardig, we werkten zo snel mogelijk, maar terwijl we bezig waren, gloorde bij ons ook het besef dat we diep in de shit zaten. We hingen met onze neuzen pal boven de olie, het moest immers opgeruimd worden. We hielden aanwezige klanten op afstand, onze andere collega (die overigens herstellend was van griep en nog een verstopte neus had, de lucky bastard) ontfermde zich over de kassa maar steeds keken M en ik elkaar aan. Lichte paniek. Hoe koud het ook was buiten, de kachel ging uit en de deuren gingen open. Plus de deur naar het magazijn. Want de geur… het was gewoon geen geur meer, het was een venijnige priem tussen onze ogen.
M werd langzaam stiller en ik merkte dat ik druk werd in mijn hoofd, alsof ik meer waarnam dan anders en overal op moest reageren. Ze zocht op internet op wat de gevolgen zouden kunnen zijn, of we wel goed gehandeld hadden. We hadden niet anders kunnen handelen, het moest hoe dan ook weg, maar misschien was erboven hangen niet heel verstandig en met een doekje de olie opmoppen en dat doekje daarna in de emmer omspoelen met blote handjes ook niet. Een licht branderig gevoel kroop door de huid van mijn handen. Plus het hyperzuivere van op een hoge berg zitten. We hoestten. Gingen om beurten naar buiten, bedachten dingen om de geur te verminderen, maar het was vechten tegen de bierkaai. Dit moest uitwaaien of nasaal slijten. Al snel kwamen we op koffie, oh ja, dat neutraliseert, dus toen hebben we van die Senseo-padjes (die niemand drinkt) gepakt en daar steeds een beetje aan gesnuffeld, terwijl we klanten hielpen, het zag er niet uit.

En al die tijd waren er dus klanten in de winkel. Sommige hadden niks door, sommige mensen zag je fronsend om zich heen kijken, sommige begonnen te hoesten en verlieten de winkel en, het zal ook eens niet:
’Wat ruikt het hier lekker fris!’ Een moeder en een dochter, prachtige vrouwen in hijab met wakkere, plagerige ogen. Dochter had haar gezicht in haar mouw geduwd en keek angstig maar moeder snoof diep en kocht meteen een flesje.
‘U weet meteen de toepassing: gewoon kapot smijten in de hoek van uw kamer, succes gegarandeerd,’ zei M. van wie ik nog een hoop kan leren als het gaat over het uitspreken van intrusive thoughts, waarop er smakelijk werd gelachen.

De dag vloog voorbij dankzij alle consternatie. Toen het aan het eind van de dag even rustig was, besloot ik het pak tarotkaarten dat al maanden naar me loert vanaf de onderste plank van de etherische olietjes te kopen en open te maken. Daar ga ik komende dagen nog een recensie over schrijven, want stiekem is het een prachtig pak, maar met onze hoofden scheefgetrokken van de pepermunt was er niet echt veel ruimte voor diepgang. We wilden vooral de humor er een beetje inhouden en nog liever wilden we wèg uit de situatie. Dus afleiding. Trokken M en ik nog dezelfde kaart ook nondeju.

En nu zit ik op de bank. Heb voor de vijfde keer mijn handen gewassen en ingesmeerd met handcrème. Ze zijn superzacht. En pepermuntig. Iedereen die me vanaf nu pepermuntthee, pepermuntolie, pepermuntplantjes, pepermuntjes, pepermuntcapsules, pepermunttabletten geeft, trakteer ik op mijn intrusive thoughts.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *