tenen

Ze kwamen met z’n tweetjes naar binnen gescharreld. Dik ingepakt in winterjassen mutsen op het dunner wordende haar dat er in piekjes onderuit kwam gepiept. De ene sprak geen enkel woord Nederlands of Engels of Duits, maar volgde mij en haar gezelschap als een tenniswedstrijd de ander sprak een beetje Nederlands, maar moest over alles goed nadenken. Bij iedere zin die ze zei zag ik haar rekenen. De twee kwamen de winkel in voor een boodschap voor degene die de taal niét eigen was, dus de ander moest vertalen.
‘Heeftoe…’ ze wreef steeds met de vingers van haar ene hand over en tussen de knokkels van de andere.
‘Voor tegen skiemel.’ De R rolde overigens heerlijk. We liepen naar de voetafdeling, ik vroeg of ze er al iets aan had gedaan, hoe lang ze er last van had en steeds pendelde de ene vrouw met de boodschap heen en weer. Het was even zoeken, maar ze zagen dat ik het beste met ze voor haar, hopelijk hadden we iets waar ze oren naar had.

Maar toen we eenmaal daar waren, bleek dat ze niet begrepen dat ik begreep waar het voor was. Doorgaans zijn er maar twee plekken waar skiemel uitbreekt, de ene is tussen de tenen en als er sprake is van de andere, dan verloopt het gesprek meestal anders. Dan wordt er mysterieus voor kruizen gewuifd en wordt er nog cryptischer gesproken dan er vaak al gesproken wordt. Ik had al door dat het niet die vorm van schimmel was, aangezien de tolk van de twee steeds over en tussen haar knokkels wreef en omdat ik er een beetje van uit ging dat de schimmel niet op haar handen zat.
‘Het ziet op die eeehm…’ en net voor ik haar zin af wilde maken (maak hier een mentale notitie voor het nieuwe jaar: mensen uit laten praten), zocht ze woorden, ik zag haar rekenen, puzzelen en toen zei ze: ‘voetvingers.’

….voetvingers….

‘Jazeker,’ zei ik zo rustig mogelijk, liet ze wat spulletjes zien, iets om te smeren en iets om in te nemen, iets voor in het voetenbadje, u kent het en daarna wees ik ze door naar mijn collega die achter de kassa stond. Mijn taak zat erop. Ik kon even naar onze riante kantine. Waar chef net achter de computer zat te roosteren.
‘Ben jij oké?’
‘Ik heb een nieuw woord geleerd.’
‘Oh?’
’Voetvingers.’ Ze wilde van alles zeggen, haar mond ging ook open om van alles te zeggen, maar net als bij mij kwam er niks uit. Alleen een brede glimlach. Twinkelende ogen. Voetvingers. Het bekte nog lekker ook en het klopte van alle kanten. Het is dat we verleerd zijn om van alles met onze voeten te doen, maar eigenlijk is teen maar een gek woord. Je kan er niks uit halen. De rest van de dag verspreidde het woord zich onder het team, soms kwam het ter sprake bij klanten. Nergens werd er hard gebulderd of gemopperd, overal waar het opdook werd er geglimlacht. Een verhaaltje over een woord dat even voorbij woei als een briesje.

Op zoek naar een geschikt plaatje voor bij dit verhaal, tikte ik voetvingers in op Google en het blijkt gewoon echt een ander woord voor tenen te zijn. Niet alleen een verspreking. Nu vind ik het jammer dat ik die mevrouw niet gevraagd heb naar waar zij het woord vandaan haalde. Maar goed. Het betekent ook knoflookteentje, maar dat vond ik wat vergezocht, dus hier. Een hand van David Bowie. Op de valreep van het oude en het nieuwe jaar. Ik heb lange tijd niet zoveel geluk gehad als afgelopen jaar. Stom genoeg was die klemzittende zenuw in mijn bekken de aanstichter van misschien wel het mooiste. Merk alleen dat ik er nog geen woorden voor heb. En nu ga ik mijn tas inpakken voor mijn reis naar 2026. Ben jij je tas ook al aan het pakken? Wat neem je mee?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *