(kouwe) kus

We hebben geen schreeuwerige etalages of Wham! nodig om te weten dat het kerst is: als de balans van vitaminen en thee verschuift naar rustgevende spullen en skincare, dan weten we wat er aan de hand is. Klanten zijn korter af, hebben haast (vooral de boomers) en zijn overal met hun gedachten behalve op de plek waar ze op dat moment zijn. Telefoons dragen daar inderdaad ook aan bij, al hebben bij ons de meeste boomers geen telefoon nodig om zichzelf helemaal over de flos te haasten.

Maar ik heb de Source gedaan en ik ben nog high van alle inzichten die ik heb opgedaan. In mijn vorige stukje tik ik er wat uitgebreider over, dus dat doe ik nu niet, maar het leidde wel tot de volgende anekdote.

Ze kwam op me af met een boodschappenbriefje. Een boomer die overal was met haar gedachten… behalve bij degene die het dichtst bij haar stond, namelijk ondergetekende. En als ik zeg, ‘het dichtst bij stond’ dan bedoel ik dat in dit specifieke geval heel letterlijk: ze stond snoei-dichtbij, op mijn tenen zowat. Mijn collega’s zouden zeggen, die kwam in je aura. Het gebeurt vaker, we zijn eraan gewend. Meestal is het cultureel bepaald, mensen die uit drukke gebieden komen (New Delhi bijvoorbeeld) hebben minder met persoonlijke ruimte als concept. Meestal kan je dit met een veelbetekenende stap achteruit duidelijk maken of in uiterste nood met een handgebaar.

Maar deze (overig Nederlandse) mevrouw was zijwaarts ingevlogen. Dus een stap achteruit of een handgebaar zouden volledig langs haar op gegaan zijn. Lezend op haar briefje was ze op me af gestormd en vlak voordat ze zou crashen, draaide ze bij, met haar schouder ter hoogte van mijn borstkas zonder door te hebben dat ze Dichtbij stond. Het waren de dagen voor kerst, ik was high en stond op hakken, met andere woorden: ik week geen centimeter en liet haar ratelen over wat ze allemaal nodig had. Ik weet nu al niet meer wat het was. Ze kwam zo dichtbij dat ik niet kon zien wat ze zei of wat ze nodig had, ik zag alleen maar een hele leuke, maar overstresste mevrouw. En, belangrijk detail, ze droeg een hanger van Iers zilver met de steentjes van alle chakra’s erin, dus ik voelde al, deze is eigenlijk heel leuk. Het zijn de omstandigheden die maken dat ze me niet ziet. Dus ik bleef staan waar ik stond, ruim een halve kop groter dan zij.

‘En dan wil die en die dat ik dat en dat haal en dat hebben jullie vast niet en die wil nog een kerstthee, maar die zal wel weer uitverkocht zijn en oh ja ik had ook gehoord dat…’ ik weet echt niet meer wat ze allemaal zei. Ik zag alleen maar de zijkant van haar hoofd en haar wang.
‘Mevrouw. U staat zo dichtbij, ik kan u bijna een kus geven.’ Waarop de mevrouw verder ratelde over dat ze niet wist waar alles stond, terwijl achter mij mijn collega dubbel klapte van het lachen. Het was heel lastig om een professioneel hoofd te trekken, gelukkig hadden we niets van wat op haar lijstje stond in huis, dus ik feliciteerde haar dat ze relatief snel door kon naar de volgende winkel.
‘Gefeliciteerd!’ ‘Dank u,’ zei ze vertwijfeld.

Het was een kleine, blije anekdote. Ik schreef ‘em gisteravond na twee dagen flinke griep. Het concept alleen zijn met kerst was altijd een gebied dat met een grote bocht vermeden diende te worden en nu stond ik er opeens voor. Met slappe knietjes en waterige ogen. Ik had geen keuze en liet me overspoelen, met als gevolg: prima dagen gehad. Pendelend tussen bank, bed en douche. Beetje jammer van de afspraken die ik had staan, maar och dat lijf. Het had er echt geen zin meer in. Dus alle dagen vroeg naar bed met mijn kruik, hopend op aaneengesloten nachten.

Het nare van koorts is dat ik eigenlijk nooit droom, maar dan wel. Vallende dromen. Type Alice in Wonderland door een tunnel naar beneden flikkeren of op het dek van een immens vrachtschip staan en kapseizen. Iets met groot en diep, ik sta ook liever op een toren dan eronder. En ja hoor, daar ging de Titanic. Heb geen ijsschots gezien, maar Bernard Hill kwam voorbij, DEATH scanderend (totaal andere film, maar dat boeit niet in koortsdromen) en vervolgens lag ik naast een plank in ijskoud water. En er klopte iets niet aan dat ijskoude water. Een ex-vriendje van me fluisterde nog iets liefs, de ruimte waar de Essence en de Source gegeven werden liep vol water en ik dacht alleen maar, meestal weet ik dat ik aan het dromen ben. Waarom voelt dit niet als dromen?

Was m’n kruik lek. Jongens. Matras, beddengoed, pyjama (want met koorts slaap ik in zoveel mogelijk laagjes), alles was doorweekt. Eerst dacht ik nog, is het wel die kruik, maar dat was het gelukkig wel. Gewoon zuiver water uit de kraan, een extra tandje frisser door het open raam. Ik had het k o u d. Ik had het zo verdomme koud. En ik heb het nooit echt koud, ik hou van de winter, maar nu… slaapdronken stond ik in mijn slaapkamer met het grote licht aan te koekeloeren, proberend mijn brein tot nadenken te forceren. Is het pis? Nee. Dus het trekt er vanzelf doorheen. Moet ik echt zeker weten nu alles verschonen? Nee. Wil ik slapen. JA. Ik pakte mijn kruik bij zijn hals. Hij is zo’n lange kruik van bijna een meter, heerlijk om als een inktvis helemaal omheen te krullen ‘s nachts, kwetsbaar op sommige punten. De pluchen vacht die er omheen zat drupte. Het was half twee. Ik was moe. Deed het raam dicht. De kachel aan en sleurde dekbed en kussen mee naar beneden om op de bank verder te slapen.

En vanochtend stuurde ik een appje naar vrienden in het hoge noorden. Ik mis iets in mijn leven. Boogschieten. En zij zijn boogschietvrienden. Na het appje heb ik me op mijn dooie akkertje aangekleed, ben ik naar de stad gestommeld, heb twee kleine kruiken gekocht en een turbo-multivitamine. Nu zijn alle gifstoffen eruit gezweet, op naar een stevig nieuw jaar. En jij, lieve lezer. Waar je ook bent. In Nederland, in Nieuw-Zeeland. Met plannen, zonder plannen… dat wat er in de buitenwereld gebeurt je binnenwereld niet te erg schudt. Blijf overeind, rust op tijd uit. Leun op je vrienden. En dank je wel voor je luisterend oog.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *