De klopboor stopte, even was het stil. Haar gezicht verscheen in het kijkgat waar mijn hoofd zich om de dag op neervlijt. Ik heb inmiddels geleerd het papier waarmee het bedekt is eerst glad te strijken voor ik ga liggen.
‘Ik mag toch hopen…’ zei ze.
‘Vanmiddag ga ik een plaat kopen.’ Ze verdween, de klopboor klonk weer vertrouwd hhhbhbhbhbhhbbb.
In mijn hoofd is muziek een belangrijk onderdeel van het verhaal waar ik in mijn vierde jaar aan ga werken. Nog geen idee wat voor muziek, maar dat maakt ook niet uit. Muziek is een belangrijk onderdeel van mijn leven, niet alleen vanwege de beroepskeuze van eerdere partners, maar ook gewoon omdat ik niet zonder kan. Misschien dat ik daarom uiteindelijk altijd bij muzikanten terecht kom, omdat die dat ongrijpbare ook voelen. Ik kan ook niet naar de Top2000 luisteren, ik raak mezelf helemaal kwijt in de wirwar van verschillende stijlen. Spotify was al een geschenk uit de hemel, waarbij je eerst een hele tijd hetzelfde hoort en daarna, heel subtiel, leve het algoritme, toch iets anders voorgeschoteld krijgt. Waardoor je nieuwe dingen ontdekt. Ik hou ervan. Maar waar ik vooral van hou is van muziek die nog gemaakt is door de makers zelf. Niets ten nadele van Bach of Von Bingen, maar je luistert toch naar interpretaties van anderen. En bij Bowie of McCartney of Nelson weet je precies wat ze bedoelen. Als je apparatuur goed is.
Ik weet nog dat ik bij de fietsenstalling stond van het museum, ik had net mijn fiets geparkeerd, toen het bericht binnenkwam dat ik aangenomen was op school. Het eerste wat ik dacht, was ‘ik moet gaan sparen voor een goeie geluidsinstallatie.’ Want als ik zover doorgegroeid ben dat ik g o e d kan schrijven, de trucjes weet, handvatten heb, zelfvertrouwen, dan mag ik ook goeie plaatjes gaan draaien. Op een goeie installatie.
Na de laatste afwijzing en de fysieke uitdaging die met die lawine meekwam (verder hebben die twee natuurlijk niks met elkaar te maken nee hoor) realiseerde ik me: kans is best aanwezig dat ik komend semester voor een rood licht kom te staan. Afgelopen twee keer was het nog oranje en bij de gratie van de docenten dat ik nog een keer mocht, maar na drie keer is het klaar. Dan is voor mij het vak proza afgelopen. En aangezien ik nu al weet wie in de commissie zitten… mijn twee vorige docenten die mij echt nog niet klaar vinden voor het vak… voelt het een beetje als met de Balrog mee de diepte in storten.
PING
Er ging een lampje aan. Niet meteen, eerst gloorde er wat licht ergens in de verte. ‘Ah, weet je wat? Ik ga gewoon even kijken.’ Zoals mensen naar een asiel gaan en daar even gaan kijken. Of naar de IKEA gaan en daar even gaan kijken. Een vriend tipte me de platenzaak achter de Hema en daar was ik al eens voorbijgelopen en toen draaide er ook net iets fraais en nou ja, toen zat ik nog in de eerst-dit-dan-dat-fase. Maar dit keer liep er rechtstreeks heen, want die dat gaat waarschijnlijk niet komen. Ik liep er naar binnen en daar stond ‘ie. Een kastje. Op zilveren poten en, achter een glazen deurtje, het meest laat jaren ‘70 systeem dat je je maar voor kan stellen. Knopjes. Knopjes knopjes knopjes. Versterker, platenspeler, FM-radio en cassettespeler en daar bovenop een platenspeler. Die zou mooi in dat hoekje bij de kast onder het schilderij van Cees kunnen, wist ik.
Ik bespaar je het hele proces dat zich daarna afspeelde in mijn hoofd. Van letterlijk ‘ja maar zo’n grote liefhebber ben ik nou ook weer niet’ (het eerste wat ik ‘s ochtends doe is checken of Paul McCartney, Paul Simon en Willie Nelson nog leven) naar ‘ding is best een beetje duur.’ Terwijl ik al vier jaar braaf maandelijks iets opzij zet speciaal voor dit ding. Het ding, mijn tower of love, staat inmiddels in mijn woonkamer. De heren van de platenzaak hebben hem persoonlijk gebracht en aangesloten. Hij heet Bucks. Want de eerste plaat die ik kocht was Rumours en het merk van mijn tower of love is Technicks, dus: Nicks, maar ik heb het niet op Stevie en dus dan maar Bucks van Lindsey snap je? Bucks.
Afgelopen weken heb ik, liggend op de vloer omdat zitten niet ging en een klapvoet lopen onprettig maakte, Bucks leren kennen. Had mijn yogatmatje voor hem uitgerold en kon me soms op mijn zij rollen en weer een knopje indrukken. Dan ging er ergens een lampje aan of er ging opeens een baspartij uit. Op de radio is maar een zender te horen, Brabant Rock. Dus je kan je voorstellen dat ik nu helemaal doordrenkt ben van ouwe meuk. Er is niets mooiers dan op de grond liggen met flinke pijn en vervolgens meezingen op Nazareth’s Love Hurts. Dat maakt het serieus nog veel erger, maar wat is een mens zonder een beetje drama? Aan de kant, Dostojevski DIT is het echte leven.
Maar er is natuurlijk één plaat die noodzakelijk is als je een tower of love hebt. En dat is Brothers in Arms van Dire Straits. In de muzieliefhebberkringen waar ik me in begeef is dat de plaat waarmee je je tower of love aan het werk zet. Die plaat, zo hoorde ik eens iemand zeggen, kan je ‘zien’ als je goed spul hebt. En ik heb goed spul, maar was er nog niet aan toe. Mooie dingen kunnen ook teveel zijn en er is op dit moment best veel teveel. Met het kopen van deze plaat, zo voelde het, tekende ik mijn noodlot wat betreft het vierde jaar.
HHHHHBHBHBHBHHBHB zei de drilboor.
‘Wat ga je doen vanmiddag?’
‘Stukkie lopen.’ Ik ben niet van de volzinnen als zij met me bezig is.
‘Wat ga je doen?’
‘Straits. Kopen.’
‘Goed zo.’
Een vriendin had nasi voor me gemaakt. Zojuist heb ik dansend nasi gegeten. Zitten doet teveel zeer, maar volgens de chiropractor zit er verbetering in en ook de beul zag iets in mijn kont zachter bewegen dan anders. Dus het is aan het overgaan. Nog geen idee wanneer, nog geen idee hoe. Ik dans als Trump, maar ik dans. Op Walk of Life van Dire Straits. Woohoohoo.
