Als verhalen schrijven varen is, heeft er zojuist iemand hoog in het kraaiennest geroepen dat er land in zicht is. Een dubbel gevoel, mensen op schepen varen niet omdat ze zo graag op het land zijn. Natuurlijk is het fijn weer even onder de mensen te zijn, maar het is ook een afscheid.
Van water, van stilte, van lucht, van eindeloosheid, van een proces dat zo vertrouwd is, zo thuis en zo’n goed excuus om niet helemaal mee te hoeven draaien in een veel vragende maatschappij. Dus land in zicht is fijn, eindelijk weer even de ramen tegen elkaar openzetten, maar toch is het even slikken. Zeker na maanden aan een persoonlijk verhaal geschreven te hebben.
Gelukkig zijn we er nog niet hahahaha. De oproerkraaier in zijn nest heeft de beste verrekijker dat op het schip te vinden is en hij heeft opdracht gekregen al te roepen bij het dunste reepje land. Dus het komt, het inleveren, het definitieve, maar eerst moet er nog een lawine verwerkt worden, de niet lekker lopende zinnen moeten onder de loep en letterlijk ieder woord (van de 10.000) wordt opnieuw afzonderlijk bekeken. Leuk joh, schrijven. De trucendoos wordt opengetrokken en zo zat ik gisteren voor ik naar mijn werk mocht nog even in de Hema te werken. Te worstelen met een scène waar het te dik op ligt, maar hoe benoem je iets dat er te dik op ligt? Geen idee. Ik sloot mijn ogen, probeerde me de stroef lopende scène zo helder mogelijk voor de geest te halen. Daar te zijn, in het verhaal, in de huid van de hoofdpersoon. Wat makkelijk lijkt, want dit keer is de hoofdpersoon op mij gebaseerd, maar probeer maar eens echt samen te vloeien met je spiegelbeeld. Dat gaat niet.
Frustratie dook erin. Was ik helemaal naar de Hema gegaan om juist de verfrissing van een andere setting te ervaren, liep ik alsnog vast. En toen gebeurde het. Tussen alle moderne muzak, tussen al het gekweel en gebelt van computergestuurde artiesten, klonk die vertrouwde synthesizer. Tubdub dub dub dub dub dub tubdubdub dub dub dubdub dubdub dub dub dub. A-ha. Waar ik als jong grietje altijd een beetje om moest huilen. Om die meneer die vanuit een andere wereld die mevrouw wist te bereiken, haar daarheen haalde, waarna de pleures uitbrak en zij hem naar haar wereld haalde. Gelukkig zat ik met mijn rug naar de andere bezoekers.
Dit weekend leg ik de laatste hand aan het zwaarste verhaal tot nu toe. Volgende week lever ik het in. Geen idee waar het op uit gaat draaien. Frankly my dear, I don’t give a damn. Ik heb het gedaan. Ik ben de Mosterdhof ingegaan. ‘Mosterdhof?’ Yup. Wacht maar, als het verhaal klaar is ga ik een vorm vinden zodat ik het met je kan delen. Eerst nog even wat dichterbij de haven komen.

yesyesyes!!!!
Hals und Beinbruch!
/l\