Ze reed de Dorpsstraat in zoals we dat ook in augustus deden. Toen reden we helemaal door tot de dijk en parkeerden in een zijstraat, maar in mijn verhaal parkeerden we aan het begin van de Dorpsstraat, vlakbij de kerk.
Afgelopen week wilde ik daar weer parkeren, want in mijn hoofd was dat de waarheid geworden en toen we er opnieuw tussen aanhalingstekens parkeerden, konden we daar helemaal niet parkeren. Er had zich een parkeerplek onder lindes gevormd, in mijn brein. In het echt was er alleen maar stoep. We reden nog een klein stukje door en parkeerden bij het klooster, om daar te ontdekken dat mijn basisschool er niet meer stond. Maar waar ik wel over schrijf. Met andere woorden, het was Heel goed dat we nog een keer gingen kijken.
Vervolgens ontstond er nog een derde realiteit, naast de realiteit op papier en de realiteit zelf, namelijk die van de herinnering. Mijn vriendin en ik liepen de bloemkoolwijk in. Het was er netjes, schoon, bijgehouden. Een plek waarvan ik het niet erg zou vinden als mijn kinderen daar op zouden groeien, als ik aan kinderen was begonnen. Er was een speeltuintje, er was veel groen, veel burgerlijke initiatieven om de boel leuk en veilig te houden. Sportveldjes, het was vlakbij de rivier, vlakbij natuur, vlakbij de grote stad. Mijn ouders besloten dat een vrijstaand koophuis dat ze amper konden bolwerken een betere keuze was, we vertrokken rond mijn vierde.
Naderhand zaten we op hetzelfde terras als waar we in augustus zaten. Ik kreeg warme chocolademelk geserveerd in een riant glas dat iets weg had van een luxe geslepen whiskyglas. ‘Daar hoort eigenlijk een scheut Bailey’s in,’ zei ik, waarop mijn gezelschap opstoof en naar het buffet rende, gierend van pret. Niet veel later stond ik op een krukje in de keuken van de bistro omdat de aardige serveerster er net niet bij kon. Ik mocht persoonlijk het crèmelikeurseizoen openen, de fles was te ver naar achteren geschoven. Half uurtje later: Mijn glas was halfleeg en gezelschap stelde zulke goeie vragen over mijn op handen zijnde verhaal, dat ik ontdekte dat de kern dezelfde is als die van Hamlet.
Ben nu ruim vijf maanden intensief aan het sleutelen, kan het niet anders beschrijven. Als sleutelen aan een auto waarvan je iedere keer de motor even moet starten om te horen of het goed klinkt. Afstand nemen, inlezen, erover praten met anderen, naar de Mosterdhof gaan, wandelen. Schrijven. Poetsen. Sleutelen. Steeds iets nieuws ontdekken. Een beetje als dertig jaar naar Bach luisteren en dan zijn biografie lezen en dan weer een nieuwe laag ontdekken. Wat is de menselijke geest toch een mooi iets. Tuurlijk heeft dat hele AI iets bedreigends voor de creatieve sector, maar qua inspiratie… dat mooie ding dat gebeurt als je twee mensen bij elkaar zet. Wonderlijk.

Moet ik ook een keer proberen: bailey’s in warme chocolademelk , met uitzicht op het prachtige gemeentehuis van Westervoort .
Zonder slagroom graag ! 😉