zeven

Dit weblog is er voor geleuter hè. Dagelijkse dingen delen die stoppen met dagelijks zijn, ik hou ervan.

Wat me deze dagen vooral bezighoudt zijn de trainingen die ik volg/volgde. Eerder was school mijn favoriete onderwerp, maar daar liep ik vast. Nu is het trainingsbureau Humanication dat mij leert loskomen uit dat vastlopen. Afgelopen weekend deed ik training nummer drie en die ging over communicatiestijlen.

Eerst een stukkie privé. Mijn lieftallige echtgenoot is inmiddels net zo lang dood als dat hij mijn geliefde was. Zeven jaar. Een van mijn docenten op school zei afgelopen semester: ‘Vergis je niet, grote dingen in het leven duren zeven jaar voor je ze kan plaatsen.’ Toen herinnerde ik me ook dat het ook zeven jaar duurt voor alle cellen in je lijf zich herstellen en dat het getal zeven in sprookjes en Bijbelse verhalen een thema is.

Nou wil het geval dat Spook in het begin van die zeven jaar regelmatig van zich liet horen. Van sommige dingen mag je best zeggen dat het was wat ik er in zag (zo heb ik sinds zijn dood iets met eksters) maar er zijn ook dingen gebeurd die echt te raar waren. Onze klok heeft drie jaar lang stilgestaan op het tijdstip van zijn overlijden. Vóór zijn overlijden. Waarom wij een stilstaande klok in huis hadden hangen doet er nu even niet toe, het gaat om het idee. Ik leerde die situaties omarmen, voelde me op een vreemde manier gesteund, het was een soort van binnenpretje. Dat die binnenpretjes uiteindelijk minder werden vond ik verdrietig, maar ook oké. Cees zou zeggen: ‘zo gaan die dingen.’ Ik deed mijn trouwring af.

Toch zijn er momenten dat het steekt. Dat verdriet me overvalt, want hij was nogal een portret met zijn 1,90 meter en 12% peroxydeblonde stekels en de wereld komt portretten tekort. Dus ik mis hem. Ik mis hoe hij kon luisteren als ik ergens mee zat. Als hij nog zou leven zouden de afwijzingen van school een stuk makkelijker te behappen zijn. Maar goed, als hij nog zou leven zou ik waarschijnlijk die hele school niet doen. Dan zou ik niet wonen waar ik woon en niet werken waar ik nu werk en ik kan me een leven zonder mijn collega’s niet voorstellen. Je weet het gewoon niet.

Een van de momenten dat het steekt is 10 januari, de sterfdag van de grote Bowie. Het was 11 januari 2016, ik was zoals altijd eerder beneden dan Spook, ik zette zijn koffie, deed mijn laptop aan en bam bam bam, daar was het nieuws. Meteen klapte ik mijn laptop dicht. Licht in paniek, hoe ging ik hem dit vertellen? Bowie was zijn held, zijn Mekka, zijn poolster. ‘Wazzer?’ klonk het achter me. Hij stond in de deuropening van de keuken naar de woonkamer, slaperig, gerimpeld, de geur van koffie kringelde om ons heen en ik dacht alleen maar, ik trek jou nu een wereld in zonder Bowie. Achter me piepten onze telefoons. ‘Schatje,’ zei ik.

Gitaren en harpen kunnen soms uit het niets geluid maken, dan hoor je de snaren werken, het hout. Iets kraakt of je hoort zomaar even ploing. Een korte, hoorbare verandering van structuur die daarna nooit meer hetzelfde is. De onherroepelijke zeven jaar zijn van toepassing op alles dat leeft. Niets dat ik zei kon hem rechter breien vanaf die dag, zelfs onze bruiloft negen manen later haalde niets uit. Ik heb hem in mijn armen genomen, ben niet van zijn zijde geweken, ook al moest hij naar zijn werk. Ik zegde mijn afspraken af en ging met hem mee, heb zijn shaggies gerold en we hebben gezwegen. Radio uit.

Afgelopen weekend volgde ik training nummer drie bij Humanication. Make it Work, over communicatiestijlen. Ik zat in een hotel en zaterdag wist ik: Ik moet niet op Instagram kijken. Het was immers de tiende. Niet op Insta kijken, niet op Insta kijken, niet op Insta kijken. Want heel mijn algoritme is gericht op Bowie, helemaal nu hij tien jaar dood is en ik wilde niet als een emotioneel wrak op die training verschijnen. Dus toen ik ‘s ochtends naar het restaurant wandelde, liet ik mijn telefoon in de kamer. Wetend dat er in dat restaurant typisch hotelmuzak klonk, kon ik daar met een gerust hart heen. Wat denk je?

Was ik de enige bezoeker. Herstel, ik was de enige vrouwelijk bezoeker. In dat hotel. Hartje Amsterdam, met uitzicht op het pittoreske Sloterdijk. Aan een tafeltje iets verderop zaten drie mannen. Aan de koffie, aan hun spiegeleieren en bruine boterhammen. En WAT denk je dat die drie mannen droegen? Zwarte fleecevesten met daarop de naam van zo beetje het grootste bedrijf in het dorp waar ik woonde met Cees. In heldere, witte letters. Drie ruggen schreeuwden naar me. Naam van het bedrijf plus de naam van het dorp. En verder was er iemand. Niemand.
‘Are you alright, mam?’ vroeg de mevrouw van het buffet. ‘Yup,’ zei ik snel. Maar in mijn hoofd hoorde ik de ontzettende bulderlach van Spook, dat snap je. Die zou dit prachtig gevonden hebben, de snaak. Ik deed mijn ontbijt, ging terug naar boven, poetste mijn tanden, trok mijn jas aan, pakte mijn tas en vertrok. Telefoon in mijn jaszak. Op stil.

Inhoudelijk ga ik niks uit de doeken doen over de training. Kan alleen maar zeggen dat ik me een heel stuk helderder voel, dat ik het weduwe-zijn en de gevolgen daarvan nu ook beter kan plaatsen. Voorheen werd ik om het minste of geringste uit het veld geslagen, onzeker en overtuigd van een knelpunt waar ik nooit meer overheen zou kunnen komen. Maar door deze trainingen te volgen, zowel één, twee als drie, zie ik waarom ik doe wat ik doe. Kennis is macht hè?

Die avond kwam ik terug in mijn hotelkamer. Met een pastaatje van het station en zere spieren van het glibberen en glijden. Mijmerend over alle inzichten, met een houten vork prikkend in zompige spinazie, bespeurend of het tijd was om mijn telefoon te pakken. Fuck it, dacht ik, laat maar komen die lawine. Had een maatje van me, die samen met mij training één en twee gedaan had (en dus een vriend voor het leven is, want je ziet shit van elkaar) met Artrititial Intelligence een plaatje van mij gemaakt. Zoals jullie weten blijf ik weg bij alles dat met AI te maken heeft; zolang mijn brein (en whisky) nog met rare dingen komt heb ik het niet nodig, maar ik begrijp ook dat het in sommige gevallen handig is. Het raakt me als iemand tijd besteedt aan het samenstellen van zoiets. Het kost tijd, iemand geeft me tijd. Tijd is waardevol. Dit was hoe hij me zag. En toen dacht ik, verdomme Gwen. Je bent goed bezig. En nu heb ik eindelijk een excuus om een zwarte quil te kopen. En een globe. En perkament.

Nu ik inzoom zie ik dat deze versie van mij haar trouwring draagt. Mijn maatje heeft me goed gezien.

redactie

Wat is de wereld toch prachtig stil als het sneeuwt. Vanochtend dacht ik, ik slenter lekker naar de bieb en ga daar wat werken aan een essay of wat marketingboeken lezen, altijd interessant om voor Driekoningen een goed voornemen uit te voeren. Maar ja, ik was de deur amper uit of mijn voeten gleden onder me vandaan. Als een giraffe in een wijnrood skipak kon ik me nog net vastgrijpen aan de lijsterbes voor mijn huis. Oh ja. Het was me al opgevallen dat er niemand door ons straatje liep, de hele ochtend. Het was spiegel-, spiegelglad. Maar er lag ook sneeuw, dus met hernieuwde moed duwde ik me af en glibberde moedig naar de volgende boom. Waar ik me ook na een flinke maaisessie aan vast moest grijpen. Het was leuk geprobeerd, maar er zat niks anders op. Terug naar binnen, de afwas doen, een wasje strijken. <ping>

Een vriendin met vragen over een tekst die ze geschreven had, hoera! Ik heb zo’n idyllisch beeld van oma’s die aan tafel een kruiswoordpuzzel zitten te maken. Onder het genot van een kopje thee in zo’n wit porseleinen kopje met een bloem erop en een gouden randje erlangs, je ziet het voor je hè? Nou dat wil ik dus worden. Iemand die gewoon lekker de hele dag zit te puzzelen met andermans woorden. Soms maak ik mijn eigen puzzel, maar OH wat is het lekker om een verse, dampende tekst onder ogen te krijgen en te ontdoen van ruis. Misschien had ik beter archeoloog kunnen worden of iemand in zo’n schoonheidssalon die puisten uitknijpt, dat is eigenlijk een beetje hetzelfde. Uiteindelijk zit er namelijk iets heel moois onder.

Soms moet je even wat langer poetsen en de schrijver vragen wat er precies aan de hand is, helemaal als je de schrijver kent en je een verandering van stijl waarneemt, maar dan heb je wel meteen een goed gesprek. Ogen zijn de spiegels van de ziel, maar teksten kunnen ook heel wat blootleggen hoor. Daarom is het zo jammer dat mensen gekleurde lenzen dragen of zich schamen voor hun tekst.

Vorige week kreeg ik een aanvraag om iemand te helpen met het schrijven van een verhaal.
‘Schrijven is me passie !’ schreef ze. Oh boy, dacht ik. Ze schreef ‘me’ EN ze plaatste een spatie tussen passie en het uitroepteken. Nou daar stroop ik mijn mouwen voor op, dat snap je. Ik vind het ook leuker om in vieze huizen schoon te maken dan in huizen waar de boel al op orde is. Kom maar op met je puinhoop aan woorden, samen komen we er wel uit. Dus het gat van wilde plannen dat ik wilde uitvoeren in de bieb werd meteen opgevuld door allerlei schrijfprocessen en ik lik mijn vingers erbij af. Er is niets om je voor te schamen, iedereen heeft talloze redenen waarom iets niet lekker op papier terechtkomt en dan is een handje in de rug net wat je nodig hebt. Wie heeft er nog meer kluwen om te ontwarren?

luchtje

Twee keer per week wordt de vracht geleverd. Dan rolt een meneer vier tot vijf grote kooihekken naar binnen vol met dozen, kratten en andere spulletjes. Strak georganiseerd verdelen we de spulletjes over de winkel, vitaminen, huidverzorging, shampoos, thee, honing en ieder heeft zo zijn eigen favoriete hoekje.
Om de een of andere reden is het erin geslopen dat mijn collega’s altijd de etherische oliën apart houden voor me. Moet gezegd, ik vind geuren hele interessante materie, ik ben immers ook de trotse bezitter van het Aromecum (de etherische bijbel), en ik vind dat gepriegel met die kleine flesjes best leuk, zoals ik thee bijvullen de huidverzorging spiegelen ook leuk vind. In principe. Maar omdat het een Ding werd, werd het ook daadwerkelijk een ding. Gwen doet de etherische oliën en bij ieder rijtje flesjes dat opgeduikeld wordt, maak ik een dansje. Ik weet alleen niet meer of het dansje er eerder was dan het ding of het ding eerder dan het dansje, maar goed. Het is heerlijk om op mijn hurken voor het schap te zitten en de puinhoop te zien veranderen in een strak veld van flesjes met de wikkels precies op de goeie manier.

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik op mijn hurken soms best worstel met intrusive thoughts. Die term kende ik al wel, maar vandaag kwam het ter sprake toen ik A vertelde van een klant van gisteravond. Een oudere dame die van alles vroeg over houdbaarheidsdata en waarom alles zo verdomd duur was geworden de laatste tijd.
‘Je zal me vast heel vervelend vinden,’ zei de oudere dame.
’Neeeee hoor,’ riep ik met dezelfde passie waarop zij onze prijzen bekritiseerde.
In mijn ooghoek articuleerde mijn collega overduidelijk L E U G E N A A R.
Intrusive thoughts zijn het duveltje in tekenfilms op de schouder van het personage en die heb ik dus ook als ik met die kleine glazen flesjes bezig ben. Wat gebeurt er als ik er eentje laat vallen? Hoe ziet een plas etherische olie eruit? Hoe krijg je dat schoon? Wat doet het? Hoe voelt het? Gelukkig zijn de makers van etherische oliën niet achterlijk. De flesjes zijn van dik, bruin glas en ze hebben een symbooltje van een dooie vis op het etiket. Dus steeds als ik er eentje laat vallen, giert de stress door mijn lijf, want ik weet het. De toepassing van etherische olie is immers twee, maximaal drie druppels in een lampje of in een bakje water in de vensterbank. Ik weet hoe verdomd geconcentreerd dat spul is. Het is toxisch als de neten. En toch heb ik die gedachten. Al, hoe lang werk ik al voor dit bedrijf? Zeven jaar, plus een aantal jaar bij kleine en of grote concurrenten, dus alles bij elkaar een jaar of tien. Dit is exclusief de eigen tijd die ik besteedde aan het bestuderen.

Vandaag kreeg ik antwoord op die intrusive thoughts. Jij voelde natuurlijk ook al lang dat dit verhaal ergens heen ging en wel naar een regen van bruine, flinterdunne scherfjes. Een vriendelijke man rekende een flesje pepermuntolie af en, ja hoor, hij liet hem uit zijn handen vallen. Pats, klonk het. Het klinkt wel vaker pats, maar meestal blijven de flesjes heel.
‘Is ‘ie nog heel?’
‘Nee hij is echt heel erg kapot.’ Ik liep om de toonbank heen, in die tijd bukte hij, pakte het flesje op en ik zag: oh, het ziet er gewoon uit als water. Oké, zei mijn brein, dat komt goed. Water opruimen kan ik. Jubelend liep ik naar achteren en vertelde M dat ik eindelijk antwoord had op mijn existentiële vragen over etherische olietjes. Ik pakte stoffer en blik, liep terug de winkel in om op te ruimen en toen was het alsof iemand het geluid uitdraaide. Een grote glazen stolp over de winkel zette. En de zuurstof eruit zoog. M en ik begonnen zo snel mogelijk de troep op te ruimen, namen het halve lege flesje van meneer over, gaven hem een nieuwe, boden aan dat hij zijn handen kon wassen, wat hij niet wilde, moest hij niet even helpen vroeg hij, nee hoor, we hadden alles onder controle en hij verliet de winkel.

Overal lagen scherven. M ging op jacht met stoffer en blik terwijl ik met een emmer en veel zeep een poging deed de boel op te ruimen. Het ging aardig, we werkten zo snel mogelijk, maar terwijl we bezig waren, gloorde bij ons ook het besef dat we diep in de shit zaten. We hingen met onze neuzen pal boven de olie, het moest immers opgeruimd worden. We hielden aanwezige klanten op afstand, onze andere collega (die overigens herstellend was van griep en nog een verstopte neus had, de lucky bastard) ontfermde zich over de kassa maar steeds keken M en ik elkaar aan. Lichte paniek. Hoe koud het ook was buiten, de kachel ging uit en de deuren gingen open. Plus de deur naar het magazijn. Want de geur… het was gewoon geen geur meer, het was een venijnige priem tussen onze ogen.
M werd langzaam stiller en ik merkte dat ik druk werd in mijn hoofd, alsof ik meer waarnam dan anders en overal op moest reageren. Ze zocht op internet op wat de gevolgen zouden kunnen zijn, of we wel goed gehandeld hadden. We hadden niet anders kunnen handelen, het moest hoe dan ook weg, maar misschien was erboven hangen niet heel verstandig en met een doekje de olie opmoppen en dat doekje daarna in de emmer omspoelen met blote handjes ook niet. Een licht branderig gevoel kroop door de huid van mijn handen. Plus het hyperzuivere van op een hoge berg zitten. We hoestten. Gingen om beurten naar buiten, bedachten dingen om de geur te verminderen, maar het was vechten tegen de bierkaai. Dit moest uitwaaien of nasaal slijten. Al snel kwamen we op koffie, oh ja, dat neutraliseert, dus toen hebben we van die Senseo-padjes (die niemand drinkt) gepakt en daar steeds een beetje aan gesnuffeld, terwijl we klanten hielpen, het zag er niet uit.

En al die tijd waren er dus klanten in de winkel. Sommige hadden niks door, sommige mensen zag je fronsend om zich heen kijken, sommige begonnen te hoesten en verlieten de winkel en, het zal ook eens niet:
’Wat ruikt het hier lekker fris!’ Een moeder en een dochter, prachtige vrouwen in hijab met wakkere, plagerige ogen. Dochter had haar gezicht in haar mouw geduwd en keek angstig maar moeder snoof diep en kocht meteen een flesje.
‘U weet meteen de toepassing: gewoon kapot smijten in de hoek van uw kamer, succes gegarandeerd,’ zei M. van wie ik nog een hoop kan leren als het gaat over het uitspreken van intrusive thoughts, waarop er smakelijk werd gelachen.

De dag vloog voorbij dankzij alle consternatie. Toen het aan het eind van de dag even rustig was, besloot ik het pak tarotkaarten dat al maanden naar me loert vanaf de onderste plank van de etherische olietjes te kopen en open te maken. Daar ga ik komende dagen nog een recensie over schrijven, want stiekem is het een prachtig pak, maar met onze hoofden scheefgetrokken van de pepermunt was er niet echt veel ruimte voor diepgang. We wilden vooral de humor er een beetje inhouden en nog liever wilden we wèg uit de situatie. Dus afleiding. Trokken M en ik nog dezelfde kaart ook nondeju.

En nu zit ik op de bank. Heb voor de vijfde keer mijn handen gewassen en ingesmeerd met handcrème. Ze zijn superzacht. En pepermuntig. Iedereen die me vanaf nu pepermuntthee, pepermuntolie, pepermuntplantjes, pepermuntjes, pepermuntcapsules, pepermunttabletten geeft, trakteer ik op mijn intrusive thoughts.