smelt

Stug water sijpelt langs dunne spijlen en de koelelementen in de vriezer. Ik heb de deur naar de gang (waar de koelkast staat) opengelaten, er klinkt geen muziek. Ondanks dat de afwasteil op de bodem staat en een handdoek daaronder alles wat ernaast glijdt moet absorberen, wil ik vooral luisteren naar het zacht getingel van druppels en af en toe afwezig gekraak. De druppels raken het rooster dat de koelelementen beschermt tegen de lades. De lades staan natuurlijk in de douche, op hun kant. Geduldig. Ik hoef geen deur open te zetten, geen föhn erop te zetten. Vandaag gaat het vanzelf. Langzaam komt er regelmaat in het getingel en ik hoor een pianosolo van Abba, maar welk nummer? Ik kan het niet thuisbrengen. Zit het nou aan het begin van een song of in het midden? Er verschuift iets in de vriezer, even kijken, momentje.

Het komt traag op gang, de pianosolo. Heeft iets opzwepends, ik moet denken aan oude Amerikaanse saloons waar ‘s avonds de vrouwen hun rijglaarsjes tonen op tafel en er altijd wel iemand in het wildeweg begint te schieten. In iedere film sneuvelt er wel een spiegel. in iedere film tuft de barman tegen glas om de boel te laten glanzen. Maar welk nummer is het? Ik kan me een klein stukje herinneren dat Björn tekeergaat op de piano, van zijn kruk afkomend in zijn enthousiasme. Ik kan me herinneren dat ik, niet eens zo heel lang geleden, opeens overvallen werd door verliefde gevoelens voor die man. Muzikale geniën doen me iets of überhaupt mensen die in hun element zijn. Ting, klinkt het in de gang. Ting, tingel. Iets kraakt en schuift de afwasteil in.

Hoe moet dat zijn als je op een van de polen bent? Iemand heeft een keer geluidsopnames gemaakt van het geluid daar en ik keek mijn oren uit? Ik wist niet wat ik niet zag? Volgens mij voel je nergens zo goed dat de aarde ademt als daar. Voor geen goud zou ik daarheen willen, ik voel me zo onder de zeespiegel al kwetsbaar genoeg. Goed dat andere mensen het doen, kijken, luisteren, meten en met rode vlaggen wapperen. Dat motiveert goed voor apparaten te zorgen, zoals het ontdooien van een vriezer. In augustus. Soms moet de stekker er gewoon even uit, uit dingen. Zodat je na kan denken over hoe ze dat vroegâh deden, met koude spullen. Terwijl ik mijn eetkamertafel naar buiten sleep, want ik heb geen eetkamer, dus de tafel nam teveel ruimte in, tref ik mijn buurman. Hij is onderweg naar het zwembad dat zich tussen onze huizen in bevindt. Hij is een rots van een man. Geen ruzie mee krijgen, want hij is groot en hoe zeg ik dit aardig? Sociaal onhandig net als de rest van mijn wijk. ‘Red 1 dier, schiet 1 pedo’ staat hier op auto’s geplakt. Rechtse rakkers, duidelijke mening over alles met kleur op de huid of kleur op de vlag. Moet gezegd: dat geldt natuurlijk niet voor Omar (die van nummer zoveel) die goed is met auto’s en iedereen matst en ook niet voor de zoon van Trudie die ook zo is, want die is wel normaal.

Buurman heeft een goeie dag en hij kijkt even wat ik aan het doen ben. Ik vertel van het grof vuil dat ergens komende week komt en dat ik aan het opruimen ben. Zolder leeg, meubels weg. Ik loop heen en weer met vuilniszakken vol herinneringen, alles gaat naar de ondergrondse vuilnisbak. ‘Moe ook gebeure.’ ‘Zekers. Is het vol te houwe daar?’ ‘Hohhh,’ zegt ‘ie ‘erko.’ Hij knikt instemmend naar mijn tafel. Ik kijk er nog een keer naar. Best een mooi ding eigenlijk. Maar ik geloof niet dat ik er ooit zelf aan gezeten heb om van te eten. Die twee keer dat er iemand kwam eten, aten we op schoot. Want de tafel lag te vol met zooi. De zooi is aan het vertrekken, de deur staat open, het smelt en tingelt tussen de roosters van de vriezer. Zo de afwasteil in.

Vandaag precies zeven jaar geleden begroef ik mijn man. Ik wil het er niet over hebben en ik wil het van de daken schreeuwen. Hij had een hele ranzige asbak die al die tijd in het ladekastje onder de klok gelegen heeft. Ingedroogd tabak, ingedroogde peuken. Volkomen geurloos, een bruine, droge koek. Het leek wel papier. Heb het weggedaan. Heb voor het eerst in mijn leven een lievlingspen, een Lamy vulpen, dus het andere laatje waar ik mijn verzameling gratis pennen bewaarde heb ik er ook uitgetrokken en zo hup in de vuilniszak leeggekieperd. Normaal stond er een leeg theeblik op de tafel vol noodpennen (naast het overvolle laatje), maar de tafel is weg, dus waar moet dat theeblik heen? De noodpennen liggen nu in het voorheen lege laatje en in het theeblik gaan postzegels die ook maar over de tafel zwierven. Dingen krijgen weer hun plek. Volgens mij is rouwen een blijvend plek geven aan dingen. Ting, tingel. Nat geglij van stukken ijs. Ik weet nog steeds dat nummer niet.

Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *