de bard

Had met mezelf een moment afgesproken waarop ik hierover mocht schrijven en vandaag is het zover. Wat jaren geleden begon met wat concentratieproblemen, die zich ontwikkelden naar moeite hebben met onthouden, wat doorsloeg naar moeite hebben met lezen, naar na één zin al niet meer weten wat er gedrukt stond, naar tegenzin, naar schaamte, frustratie en de realisatie dat ik niks meer wist van boeken die ik eerder gelezen had. Naar bezoekjes aan hersenprofs die alles op de bult ‘stress’ schoven en een uiteindelijk, je zal ermee moeten leven.

Naar een plank vol boeken die met de beste intenties gegeven waren, maar waar ik niks mee kon dan dankbaar in ontvangst nemen en er naderhand om huilen. En ondertussen een opleiding doen waar ze geloven dat je niet kan schrijven als je niet leest. Redactie kon ik best, werk van klasgenoten en eigen werk kon ik prima met een loep en een luizenkam benaderen, maar ontspannen verdwijnen in een boek… de grote lijnen zien, de gedachte erachter, mijn brein trok het niet meer. Er was iets stuk.

Een dag na de voetmassage appte de voetmasseur. Ik was naar haar toe gegaan om mijn voeten in de watten te leggen aan de vooravond van de zomervakantie waarin ik vakantie-vierende collega’s zou opvangen. Uren maken, ik had er zin in. Ze vroeg hoe ik me voelde, ik schreef: ‘ik heb een beetje last van mijn rug.’ Binnen een week liep ik volledig vast, werk strandde en het circus van om de dag op de tafel liggen bij of de fysiotherapeut of de chiropractor begon. De ene bewerkte me met een klopboor, de andere brak mijn nek. Tenminste, zo klonk het. Was natuurlijk niet zo. Maar toch, de eerste keer was het even schrikken. En lopen. Heel. Veel. Lopen. Goddank was het mooi weer, dus Birckenstockjes aan en onnoemelijke dankbaarheid, want sokken en schoenen aantrekken zit er gewoon niet in als je alleen bent en je kan niet bukken/zitten. Als ik gedoucht had droogde ik mijn voeten met een geleende föhn.

En toen gebeurde het. Tijdens mijn dwalingen door de stad belandde ik regelmatig bij boekhandel Heinen. Niet kunnen lezen, wel liefde hebben voor boeken en literatuur: een vreemde combi. Weinig plekken in de wereld waar ik me fijner voel dan in boekwinkels, helemaal als het ernaar uitziet dat alles op wankelen staat. Want met zo’n rug zouden school en werk ook niet meer kunnen. Ik kocht een boek. The Secret Garden van uitgeverij Chiltern, een prachtige omslag en goud op snee. Handzaam formaat. Thuis, liggend op een yogamatje en met mijn benen op een stoel (want dán was ik pijnvrij) begon ik te lezen in een zoveelste domme poging tot. En, wonder, het lukte. Soms las ik een paar bladzijdes en dan legde ik het boek opzij en dan herhaalde ik voor mezelf wat ik gelezen had. Namen, beelden, het bleef plakken. Soms wachtte ik een nacht en nog wist ik wat er gebeurd was. De laatste bladzijde kwam eerder dan verwacht en: ik sloot het boek. Voor het eerst in ruim 25 jaar, not kidding, had ik een boek van begin tot eind gelezen. Met plezier. Het koste moeite, maar de moeite was in balans met de wereld waar de schrijver me in meenam.

Toch weer even een stapje terug in de tijd. Kort na de dood van Cees heb ik al mijn Shakespeares weggegooid. (Vooruit: de Chinese Hamlet van mijn vader heb ik wel gehouden, want die kon ik ècht niet lezen.) Nadat ik me realiseerde dat de bibliotheek in mijn hoofd was afgebrand. Ik kon niet naar de ruggen kijken zonder ten diepste te voelen dat ik geen idee had wat er in stond. Ik wist waar Romeo en Julia over ging maar wat die twee precies tegen elkaar zeggen op dat balkon: geen flauw idee. Iets met een roos. Othello: idem. Iets met handen. Koning Lear. Iets met een gek. Het is dat er soms een film kwam waarin het stuk werd opgevoerd en ik verwonderd zat te kijken naar iets waarvan ik ooit hele lappen uit mijn hoofd wist. Op een monoloog van Hamlet na, was alles weg. Alles. Terwijl mijn hart keihard schreeuwde dat dat het mooiste is dat ooit geschreven is.

Ik lag op mijn yogamatje met een dichte Secret Garden op mijn buik. Als ik dit kan, dacht ik, kan ik misschien ook wel… ik kroop overeind, keek hoe laat het was. De winkel was nog open. Ik schoot in mijn Birckenstockjes en begon te wandelen. Wetend dat dit waarschijnlijk in de categorie ‘overmoed’ zou vallen. Naar de binnenstad, naar Heinen. Naar de afdeling Engels. Waar, inderdaad, ook van Chiltern, de Sonnetten van de grote bard lagen. Goud op snee, rood-gouden omslag. Zou het? Zou door de voetmassage, het ellenlange getrek van de chiropractor, het geduw van de fysio, de pijnstillers, de wiet-olie, de vitaminepillen, de ademhalingsoefeningen, de uren op de grond, de uren lopend, iets losgetrokken zijn? Zou er iets open zijn gegaan wat door alle shit was afgeklemd? Zou er weer iets stromen? Ik rekende af en liep naar huis. Ging thuis op mijn matje liggen. Instinctief koos ik Sonnet 18.

Dit was een week of twee/drie geleden. Alle dagen lijken op elkaar, ik weet het niet meer. Het is dat ik af en toe naar werk mag om mensen te zien, maar ook daar zit nog geen regelmaat in. Op de grond liggend, steeds als ik even kon zitten, in bed, overal waar ik met mijn neus in het mooie boekje kon: ik zat met mijn neus in het mooie boekje. En nu kan ik met trots zeggen: ik ken Sonnet 18 uit mijn hoofd. Ben er nog niet aan toe bewijs te leveren, maar dit is er dus. Van oefenen, naar concentratie, naar plezier, naar nondeju iets onthouden. Ik kan het helemaal opnoemen met een dichte bundel. Geen vinger tussen de bladzijdes, de bundel tussen beide handen geklemd. Dicht. En toch van zin tot zin weet ik ‘em. Tenminste, vandaag, nu ik dit schrijf, weet ik ‘em. Ik zal morgen laten weten of ‘ie nog zit.

Comments

  1. IngerMarlies zegt:

    Wauw, lieve Gwen! Ik wist hier (zoals velen waarschijnlijk) niks van. Wat geweldig voor je dat je nu zover bent! Ik laat er gewoon een traantje om. Ik wens je zóveel liefs en geluk ❤️❤️❤️

Laat een antwoord achter aan IngerMarlies Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *