Je weet het.

‘Je weet wat je te doen staat,’ zei ze. ‘Yup,’ zei ik. Ik vind lopen best leuk, maar het liefst loop ik in mijn eigen winkel die mijn eigen winkel niet is. Heen en weer met doosjes of met spul voor klanten van en naar het kassablok. Of de hoek om naar het koffiezaakje och dat koffiezaakje met die aardige mensen en die stempelkaart en hun ‘hey Gwen’ als ik weer aan kon waaien of hun ‘je krijgt de groeten’ als mijn collega’s koffie halen. Met mijn stempelkaart. Het gevoel van b r i n g i t o n als de winkel opengaat, het gevoel van h o l y s h i t als de winkel eindelijk dicht is. Het morgen mag ik weer als de trein het station uitrijdt. Ik heb het ècht heel leuk met mijn collega’s.

‘BUITEN lopen,’ zei ze streng. ‘Ja maar ik krijg mijn schoenen niet aan.’ ‘Jij lijkt me iemand die Birckenstocks heeft.’ ‘Die heb ik op werk laten liggen toen het laatst zo heet was en toen stuurden mijn collega’s me opeens naar huis omdat ze vonden dat ik scheel keek.’ ‘Heb je sneakers?’ ‘Ja?’ ‘Veters dichtknopen, lostrekken en als instapper gebruiken. Als je maar loopt.’ Leuk, huisartsen die je doorhebben. ‘Niet alleen voor je rug, ook voor hiero.’ Ze tikte tegen haar hoofd. ‘Koekoek,’ zei ik. ‘Yup,’ zei ze. ‘Om dat te voorkomen. En dat van die schoenen: als je wil mag je straks bij de apotheek iets sterkers halen, maar wel voorzichtig opbouwen, want het kan zijn dat je maag er niet blij mee is.’ ‘Kee,’ zei ik. ‘En als het niet genoeg is mag je gerust opnieuw bellen hè? Je hebt officieel geen hernia, maar je zit er wel dicht tegenaan en je zit er drie keer heel dicht tegenaan. Moedig dat je geen pijnstillers wil, maar van stress knapt je lijf ook niet op.’ ‘Ja juf,’ zei ik.

Niet veel later slofte ik op veel te los zittende sneakers naar de apotheek. Het vooruitzicht van even niet bij iedere beweging te willen schreeuwen begon steeds verleidelijker te klinken. Tegen de tijd dat ik daar aankwam kon ik alleen nog naar die grote kast met laatjes kijken. Ergens, in één van die laatjes, zaten mijn pijnstillers. Ze zou ze meteen klaar laten leggen. Ik bedacht me wat ik allemaal weer kon doen als de boel aan zou slaan. Als de boel aan zou slaan, eerder op de dag waren al meerdere golven van pessimisme over me heengeslagen. Lopen, dacht ik. Ik moet lopen.

De aardige mevrouw van de apotheek vroeg me rustig wat ze moest weten, maar ik kon mijn ogen niet van die kast met al die laatjes afhouden. De kast met laatjes was Viggo Mortensen, Lindsey Buckingham en een of ander ex-vriendje EN Harry Styles ineen. Ik wist dat ik me moest gedragen, maar als er achter mij niet nog iemand binnen was gekomen, was ik gillend over de toonbank gegleden en had niemand, NIEMAND hoor je, me bij die schat vandaan kunnen houden. Maar er zat dus iemand. Waarom hebben ze in godsnaam glazen wanden tussen klant en kast? Weet je hoe moeilijk het is om je in te houden als zich achter glas nota bene datgene bevind wat je het graagst wil van je hele leven? Ik zou mijn sokken weer aan kunnen trekken, ik zou mijn broek weer aan kunnen trekken zònder mijn bitterballentang te hoeven gebruiken, ik zou, ik zou, ik zou… ik zou weer even kunnen zitten. Gewoon neervlijen op een bank of een stoel, zonder hmmmpf of andere oerklanken uit te kramen, je overleveren aan de draagkracht van een meubel, zachte kussens in je rug voelen, wegzakken in vulling, ja ik heb wel even een momentje, ja hoor geen probleem.

Ondertussen duwde de kast met al die laatjes de deuren van Helm’s Diepte open, speelde hij The Chain zonder oogcontact te verliezen EN danste hij in een glitterpakje over het podium van een uitverkocht Wembley. Ik wilde die kast. Ik wilde alles in en van die kast. Ik wilde onder en boven, al zat er aambeienzalf in, al zaten er belastingaangiftes, slechtnieuwsgesprekken en lastige klanten in, ik wilde die kast. De vrouw trok een la open, printte een stickertje, liep naar een plek achter een andere kast, er klonk stromend water. Toen ze terugkeerde gaf ze me een bekertje water. ‘Hier,’ zei ze. ‘Ik ook van jou,’ zei ik.

Die avond kon ik met sokken aan in bed liggen. Als ik moest kiezen tussen met sokken aan slapen of slapen met één van de drie, dan koos ik sokken en ik kon met sokken aan slapen. Jongens. Met sokken aan slapen. Die ik zelf aan had getrokken. Het duurde een uur of drie, maar toen het eenmaal werkte, werkte het en ik kon zittend sokken aantrekken. Zittend! Ahhhhh hier ZIT een gelukkig mens. Hier zit zo’n ontzettend gelukkig mens. Een beetje onder invloed misschien, maar hé. Rumours opzetten en het leven is goed. Of Harry’s House.

Comments

Laat een antwoord achter aan Ditty Kwint Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *